Hoe Niki Lauda Ferrari vijftig jaar geleden naar de titel leidde
Tien jaar geleden blikte Niki Lauda in een interview met onze zustersite Motorsport-Total.com terug op 1975, het jaar waarin de Oostenrijker zijn eerste wereldtitel veroverde.
Foto door: David Phipps
Hoewel hij zijn eerste wereldtitel 'de belangrijkste' noemde, herinnerde Niki Lauda zich in 2015 nog maar weinig van zijn eerste wereldtitel, toen Motorsport-Total.com hem daarover interviewde. "Ik won mijn eerste titel in Monza, toch?", vroeg hij zelfs. Inderdaad, was het antwoord; het Autodromo Nazionale di Monza was de plek waar hij in 1975 zijn eerste wereldtitel vierde.
"Ik heb daarna nog twee titels gewonnen, vervolgens mijn ongeluk gehad, en daardoor is dat seizoen compleet naar de achtergrond geraakt", legde Lauda uit. Onterecht, want in 1975 waren Lauda en Ferrari niet te stuiten in de Formule 1. Hij maakte een einde aan elf jaar droogte voor de Scuderia en legde de basis voor een periode van succes à la de jaren waarin Michael Schumacher de dienst uitmaakte met de Italiaanse renstal. Gevraagd naar zijn revolutionaire 312T liet echter Lauda weten: "Ik herinner me er niets meer van." Vervolgens kreeg zijn nieuwsgierigheid toch de overhand: "Hoeveel races won ik dat jaar eigenlijk?" Het antwoord: vijf Grands Prix en liefst negen pole-positions in veertien races. Het was een briljant seizoen.
De teamgenoot: Clay Regazzoni
Een jaar eerder had Lauda zijn Ferrari-debuut gemaakt, twee races gewonnen en het kampioenschap als vierde afgesloten, terwijl teamgenoot Clay Regazzoni de titel op slechts drie punten verloor aan McLaren-coureur Emerson Fittipaldi. Lauda had zijn snelheid laten zien, maar maakte nog te veel fouten.
Lauda bewaarde anno 2015 nog altijd warme herinneringen aan Regazzoni, de Zwitser die hem eind 1973 bij Enzo Ferrari had aanbevolen - waardoor Lauda zijn miljoenenschuld bij de bank kon aflossen. "Als ik alles goed deed, was ik sneller dan hij", blikte Lauda terug. "Hij was een goede teamgenoot, omdat hij me pushte om mijn topniveau te bereiken. Zonder hem was ik alleen maar 'goed' geweest, zeker bij Ferrari, waar politiek zo’n grote rol speelde."
In 1974 had Regazzoni dus nog de overhand, maar Lauda knabbelde langzaam maar zeker aan diens nummer één-status. Het team werd op dat gebied geleid door een complete nieuwkomer: Luca di Montezemolo. Op 27-jarige leeftijd was hij slechts anderhalf jaar ouder dan Lauda en acht jaar jonger dan Regazzoni.
De jonge strateeg: Luca di Montezemolo
De Italiaan schoot niet altijd raak, herinnerde Lauda zich: "Luca was in het begin onervaren, maar strategisch sterk – al maakte hij wel fouten." In de jaren zeventig konden polesitters zelf de startpositie kiezen. Toen Lauda in 1974 de snelste tijd reed in Monaco, stond hij tot zijn verbazing ineens aan de linkerkant.
"Plots stond ik links, omdat Di Montezemolo dat had veranderd. Peterson stond achter me, en omdat die een gevaar vormde, zette Di Montezemolo me links om een aanval te blokkeren." Toen Regazzoni bij de start de leiding pakte, was Lauda woest. "Luca moest wel knettergek zijn. Met alle respect, maar dat was mijn pole-position!" Lauda joeg Regazzoni gedurende de race zo hard op dat die crashte, waarna hij zelf uitviel door een elektrisch probleem. "Dus verloren we allebei de race. En ik zei tegen Luca: 'Zie je wel? Het was compleet onnodig!'"
Clay Regazzoni en Niki Lauda tijdens de Grand Prix van Monaco in 1974.
Foto door: Bernard Cahier / Getty Images
Een valse start
1975 zou uiteindelijk het jaar van Lauda worden. De basis daarvoor werd gelegd door Ferrari's briljante hoofdingenieur Mauro Forghieri. Hij ontwikkelde de revolutionaire dwarsgeplaatste zeventraps versnellingsbak die vóór de achteras werd geplaatst, waarmee de balans van de auto drastisch verbeterde. In eerste instantie was Lauda sceptisch, omdat hij slechte herinneringen had aan de transversale versnellingsbak van March uit 1972. Maar dit keer zou het Lauda anders vergaan.
De eerste twee races in Buenos Aires en Interlagos moest Lauda nog rijden met de oude B3, met als resultaat een zesde en een vijfde plaats. Regerend kampioen Fittipaldi begon juist sterk met een overwinning en een tweede plek. Ook bij de debuutrace van de 312T in Zuid-Afrika liep het mis: Lauda crashte tijdens de training met 120 kilometer per uur in de muur en werd slechts vijfde in de race.
Geen wonder dat de Italiaanse pers losging en Ferrari onder vuur kwam te liggen. Maar Lauda vermoedde dat er iets mis was met de nieuwe auto. Hij vroeg om een vergelijkende test met de oude auto op Fiorano en reed prompt een nieuw ronderecord met de 312T. Monteurs ontdekten vervolgens dat een slippende riem in de brandstofmeter ervoor had gezorgd dat de motor in Kyalami 80 pk minder produceerde.
Lauda gebruikte elke mogelijkheid om te testen. In plaats van de monteurs de laatste checks te laten doen, kroop hij zelf achter het stuur. "Als jonge coureur zag ik wat er mogelijk was met die faciliteiten en dat testcircuit", zegt hij. "Ik zat er elke week in de auto." Zelfs vlak voor races testte hij nog. "Voordat de auto’s werden ingeladen, reden we nog even: om te zien of er geen olie lekte en de remmen werkten, dus om te kijken of de auto klaar was om de baan mee op te gaan. Dat deed ik altijd zelf. Het was belangrijk voor mij om te weten dat de auto werkte, zodat ik meteen goed kon beginnen."
Het technische genie: Mauro Forghieri
Lauda stond inmiddels bekend om zijn technische inzicht en nauwkeurige aanpak - waarmee hij aan de basis lag van het moderne testwerk in de Formule 1. "Een van de belangrijkste dingen op Fiorano was dat je elke dag kon rijden en de auto kon verbeteren", zei hij. "Andere teams moesten het doen met circuits die niet van henzelf waren. Wij konden constant ontwikkelen, en dat gaf ons een enorme voorsprong. Hoe harder we werkten, hoe sneller we vooruitgingen."
In Forghieri vond Lauda een gelijkstemde. "Hij wilde bewijzen dat hij de beste was", aldus Lauda, alvorens uit te leggen: "Enzo Ferrari haalde Mauro in 1973 terug, nadat hij naar 'Siberië' was verbannen.” De ingenieur uit Modena was in 1972 na een periode van tien jaar uit het F1-team gezet en moest zich van Ferrari met transmissies voor straatauto's gaan bezighouden.
"Quanti punti?"
De legendarische teambaas Enzo Ferrari hield Lauda nauwlettend in de gaten en bewonderde het respect dat hij afdwong met zijn toewijding en nauwgezetheid. "Telkens als ik klaar was en wilde vertrekken, vroeg de oude man: 'Quanti punti?' ('Hoeveel punten?'). En dan zei ik: 'Nove' ('Negen'). Dan was hij tevreden en liet hij me gaan. Dat was wat hij van ons verwachtte: dat we wonnen en de volle negen punten scoorden. Het werd in die tijd een gevleugelde uitspraak."
Anno 2015 wist Lauda wel waarom Enzo Ferrari hem respecteerde: "Hij hield van mijn recht-voor-zijn-raap-stijl", zei Lauda. "Met andere coureurs was hij emotioneler – hij prees ze als ze wonnen en vernietigde ze als ze verloren. Ik denk dat hij er maar weinigen écht mocht. Gilles Villeneuve was daar zeker één van, vanwege zijn agressieve stijl. Ik was er ook één, maar omdat ik de techniek op orde wilde hebben, zodat zijn Ferrari uiteindelijk zou winnen."
Niki Lauda behaalde in 1975 zijn eerste wereldtitel in de Formule 1.
Foto door: Rainer Schlegelmilch / Getty Images
Het drama van Montjuïc
Bij de eerste Europese race van het seizoen in Spanje was het echter nog niet zover. Ondanks zijn eerste pole van het jaar sloeg het noodlot toe op het snelle stratencircuit van Montjuïc Park: de Duitser Rolf Stommelen vloog door de vangrails nadat zijn achtervleugel was afgebroken. Vijf toeschouwers kwamen om, terwijl Stommelen meerdere botbreuken opliep. De race werd gestaakt en Jochen Mass als winnaar uitgeroepen.
De coureurs hadden vooraf nog gedreigd met een boycot vanwege de slecht vastgezette vangrails, maar hun protest haalde niets uit. Alleen Fittipaldi trok zich vroegtijdig terug. Lauda zelf raakte bij de start betrokken bij een crash en viel uit. "Je moest het accepteren – het was zoals het was", zei Lauda over de veiligheid in die jaren. "Je reed voluit, zonder compromis. Het was alles of niets."
Daarna volgde Monte Carlo, waar Lauda zijn grote doorbraak beleefde met een zege in wat hij zelf 'de zwaarste race' uit zijn carrière noemde. Het begon met een indrukwekkende pole-position. Hij was in de kwalificatie zes tienden sneller dan de rest. "Ik pushte zo hard om Tom Pryce in de Shadow te kloppen, dat ik stond te trillen toen ik uit de auto stapte", vertelde Lauda.
De race begon op een verraderlijk natte baan en mondde achter Lauda uit in een crashfestijn. Fittipaldi rukte op en haalde de Oostenrijker nog bijna in. Lauda had problemen met de oliedruk en verdedigde wanhopig. Na twee uur werd de race drie ronden eerder afgevlagd. "Één ronde meer en hij had me gepakt", gaf Lauda toe bij verslaggever Heinz Prüller.
De beelden van Lauda die de hand van prinses Gracia Patricia (Grace Kelly) kuste in de koninklijke loge, gingen de wereld over. Lauda was verbaasd over de ophef. Veel belangrijker vond hij dat hij Ferrari na een droogte van twee decennia een overwinning in Monaco had bezorgd. Hij gaf de beker mee aan sportief directeur Sante Ghedini: "Toon hem aan Il Commendatore. Hij zal deze willen zien."
"Dat was toch niet in 1975?"
Lauda's zegereeks ging verder met overwinningen in Zolder en Anderstorp, waarna hij tweede werd in Zandvoort, achter James Hunt. Anno 2015 herinnerde Lauda zich niets van het feit dat hij achter Hunt als tweede was geëindigd. "Dat was toch niet in 1975?", reageerde Lauda. "Ik domineerde destijds. Er was geen teken van Hunt." Nadat Lauda in Frankrijk weer had gewonnen, leek de titel in zicht. Maar in de races erna was er tegenslag.
James Hunt rijdt voor Niki Lauda tijdens de Dutch GP van 1975.
Foto door: LAT Images via Getty Images
Op de Nürburgring werd Lauda derde na een lekke band, maar in de kwalificatie schreef hij geschiedenis: hij klokte een tijd van 6:58.600 minuten – geen enkele coureur was ooit eerder onder de zeven minuten gedoken op de Nordschleife. "Dat was een ongelofelijke ronde. Ik nam maximaal risico tot het einde", herinnerde Lauda zich. "Ik wist: als ik het nog één keer op die manier zou proberen, zou dat mijn dood worden. Dus dat deed ik dan ook niet."
"Robot met een hart"
In Monza had hij de kans om zijn eerste titel te veroveren. Een vijfde plek zou genoeg zijn, terwijl Fittipaldi en Reutemann alleen met een overwinning nog een kans hadden. Na van pole te zijn vertrokken nestelde Lauda zich achter teamgenoot Regazzoni om daarna geen enkel risico meer te nemen. "Ik geloof niet dat ik hem erlangs liet. Hij haalde me gewoon in. Maar mijn doel op die dag was het kampioenschap winnen. Ik zou niets riskeren om de race te winnen, ik moest gewoon de punten binnenhalen", herinnerde Lauda zich.
Het werd de perfecte Ferrari-dag: Regazzoni won voor de tifosi, Lauda pakte de titel met een derde plek. Zijn eerste woorden als wereldkampioen? "Volgens mij is de linker achterdemper kapot." Typisch Lauda, die door een krant omschreven werd als een 'robot met een hart'.
Zo kalm als hij was in de race, zo overweldigd raakte hij na afloop. Carabinieri te paard moesten hem door de uitzinnige menigte naar het podium loodsen. Toen Heinz Prüller hem vroeg hoe hij zich voelde, zei Lauda wit weggetrokken: "Bang, eerlijk gezegd. Onderweg steigerde een van de paarden om twee centimeter naast mijn dunne raceschoenen neer te komen." Het enige wat hij dacht was: "Als ik hier maar heelhuids uitkom."
Toch zou hij het later omschrijven als 'de mooiste dag' van zijn leven. Geen wonder: die eerste titel was de beloning na jaren vechten, tegen de wil van zijn familie in, zelfs een miljoenenschuld op zich nemend om zijn carrière te bekostigen. "Je kunt niet plannen hoe je verder gaat op zo'n moment", zei hij veertig jaar later. "Dat hangt van zoveel factoren af. Daarom is de eerste wereldtitel de moeilijkste. De weg daarnaartoe begint in de Formule 3. Dus als je die eerste eenmaal hebt gewonnen, heb je eindelijk een beloning voor alles wat je vanaf het begin hebt gedaan. Daarom is die de belangrijkste van allemaal." Daarna, zei hij, wordt alles makkelijker: "Want je hebt al bewezen dat je het kunt. Dan heb je het vertrouwen – je bent immers al een wereldkampioen. Daarom zijn de tweede en derde makkelijker. De eerste is altijd de zwaarste.”
Niki Lauda op het Autodromo Nazionale Monza in 1975.
Foto door: LAT Images
In 1976 verloor Lauda de titel in Fuji aan Hunt, nadat hij in de stromende regen uit eigen beweging uitstapte. In 1977 pakte hij de titel terug. "Ik verloor in 1976 niet door Japan, maar door het ongeluk. Zonder die crash en de drie gemiste races was ik kampioen geweest. Maar mijn reeks bij Ferrari in '75, '76 en '77, als je ze samen neemt, dan had ik drie keer in mijn vier jaar bij Ferrari kampioen kunnen zijn. Niet slecht." Lauda zou later - in 1984 - nog een derde titel pakken met McLaren.
Op 20 mei 2019 overleed hij op 70-jarige leeftijd. Tot op de dag van vandaag wordt Lauda herinnerd als een van de grootste en meest invloedrijke coureurs uit de Formule 1-geschiedenis.
Deel of bewaar dit artikel
Abonneer en krijg toegang tot Motorsport.com met je adblocker
Van Formule 1 tot MotoGP: we brengen het laatste nieuws, diepgaande analyses en exclusieve interviews rechtstreeks uit de paddock. Om ons vak zo goed mogelijk uit te kunnen voeren, worden er op de website advertenties getoond. We merken op dat je een adblocker gebruikt en willen je vragen om deze uit te zetten. Daarnaast geven we je de mogelijkheid om abonnee te worden en voor een klein bedrag te genieten van een advertentievrije website.
Beste reacties