Hoe een andere manier van werken McLaren terug naar de top helpt

Het is bijna niet voor te stellen dat het McLaren F1 Team slechts vier jaar geleden aan het spartelen was om niet de rode lantaarn toebedeeld te krijgen. Door een andere manier van werken is de renstal er in korte tijd in geslaagd om weer terug te keren op de hoogste trede van het podium.

Hoe een andere manier van werken McLaren terug naar de top helpt

Door aanhoudende problemen met motorleverancier Honda in 2017 was het team niet vooruit te branden. De snelheid was ver te zoeken en ook de betrouwbaarheid was zeker niet op orde. Uiteindelijk eindigde McLaren voor de tweede maal in drie jaar op een beschamende negende plaats in het constructeurskampioenschap. De transformatie die de renstal uit Woking sindsdien heeft doorgemaakt is opmerkelijk en indrukwekkend. De sensationele 1-2 in de Grand Prix van Italië was de kroon op het werk. Mede daardoor heeft het team nu al meer punten gescoord dan in alle eerdere jaargangen van het hybridetijdperk, en dan moeten er nog zes races verreden worden.

Als het over de wederopstanding gaat, wordt vaak gewezen naar bazen Zak Brown en Andreas Seidl. De echte grondleggers van het hernieuwde succes vinden we echter op de technische afdeling. Zonder competitieve auto kunnen de rijders niets uitrichten, hoe goed het management ook is. Veel eer voor de recente stappen moet daarom uitgaan naar technisch directeur James Key, die in 2019 het team kwam versterken. Sindsdien werkt hij zij-aan-zij met teambaas Andreas Seidl, racing director Andrea Stella en operations director Piers Thynne aan ‘het nieuwe McLaren’.

Tekst loopt door onder de foto.

James Key, Technisch directeur, McLaren

James Key, Technisch directeur, McLaren

Foto: Mark Sutton / Motorsport Images

Een van de meest interessante aspecten aangaande de progressie sinds 2017 is dat het niet simpelweg een kwestie was van het aantrekken van beter personeel om een snellere wagen te ontwerpen. Volgens Key draaide het vooral om een andere mindset, geïnitieerd door Seidl.

“Het team stond absoluut open voor verandering. Dan heb ik het bijvoorbeeld over een betere  samenwerking tussen de verschillende afdelingen”, analyseert Key de doorgevoerde wijzigingen die uiteindelijk hebben geleid tot de productie van een winnende auto. “Het kijken naar de auto als een geheel, en niet zozeer naar de individuele functies ervan, dat is wel iets wat me opviel en wat ik niet gewend was. Ik had het gevoel dat het waarschijnlijk niemand verder hielp met het begrijpen van hun rol in het algehele ontwerp van de auto.  Het kwam er dus op neer dat het hele proces iets opener moest worden, zodat we met zijn allen aan één project werkten en niet dat we meerdere projecten probeerden samen te voegen tot één auto.”

“Daarnaast was het ook een kwestie van openheid, niet het aloude wijzen met de beschuldigende vinger. Het is niet zo dat dat echt een issue was toen ik er arriveerde, maar we wilden er absoluut niets van weten. Mensen waren dus vrij om te praten en problemen aan te kaarten op een volwassen, open manier. Ook moesten we doelen stellen, dat was iets dat absoluut miste. We moesten een routekaart hebben met wat we probeerden te bereiken. Hoewel er op bepaalde onderdelen individuele doelen waren, was het hard nodig om dat allemaal weer samen te brengen tot één auto. Vooral in de cultuur was er dus wat werk te verrichten, gewoon om de manier waarop we gewend waren om te werken te resetten.”

Sterktes en zwaktes

De zoektocht naar betere prestaties leidde uiteindelijk tot de conclusie dat McLaren een nieuwe windtunnel en simulator nodig had. Beide faciliteiten zijn momenteel in aanbouw bij de Britse renstal. Daarnaast deinsde McLaren er niet voor terug om ook eens te gluren naar de concurrentie. Waar deden zij het beter dan de renstal uit Woking?

“Het proces zelf was in zekere zin een stap terugzetten en bekijken wat de zwaktes van de auto waren en waar het beter moest”, vervolgt Key. “We hebben daarvoor veel gekeken naar de concurrentie. We probeerden te begrijpen wat onze sterktes waren en waar we minder goed in waren, en wat daarvan de oorzaak was. Komt het door de methodologie? Ons materiaal? Of schort het aan kennis? Dit waren allemaal echt fundamentele vragen. Vanaf daar hebben we het opgebouwd en hebben we onszelf een heel duidelijk doel gesteld.”

Tekst loopt door onder de foto.

Daniel Ricciardo, McLaren MCL35M

Daniel Ricciardo, McLaren MCL35M

Foto: Andy Hone / Motorsport Images

Bij het boeken van de vooruitgang was er overigens geen sprake van een magisch eureka-moment waarmee in een klap alle problemen waren opgelost. Het was simpelweg een kwestie van marginal gains: “Het ging echt stapje voor stapje, de zwaktes aanpakken, de sterktes vasthouden en zo een completer pakket proberen te bouwen. Dat was een heel proces. Het begon in 2019 – dat eigenlijk al begonnen was voordat we de 2019-auto hadden – en die auto zo te ontwikkelen dat we in 2020 een duidelijke stap konden zetten. Daarna kregen we te maken met de bevriezing van het reglement, COVID en andere zaken die het proces wat belemmerden. In zekere zin gebeurde hetzelfde vervolgens weer in 2021, dus het was een allesomvattende aanpak.”

“Ik geloof niet dat er één ding was waarvan je dacht: ja, de versnellingsbak moet er anders uit komen te zien of iets dergelijks. Het was meer een kwestie van het grotere plaatje. Iedereen moest er grip op zien te krijgen en samenwerken om het op te lossen. Dat proces is nog steeds bezig, maar het werktop dit moment absoluut al vrij aardig.”

Eindstation nog niet bereikt

Ondanks de gemaakte stappen en het feit dat de donkere dagen van een aantal seizoenen geleden nu echt verleden tijd lijken te zijn, is McLaren er maar al te zeer van bewust dat het eindstation nog lang niet is bereikt. Teambaas Seidl is blij dat zijn team in Monza weer heeft gewonnen, maar benadrukt tevens dat het gat naar Red Bull en Mercedes nog te groot is: “Als je ziet hoeveel rondetijd we gemiddeld nog tekort komen ten opzichte van Red Bull en Mercedes hebben we wel een vrij aardig beeld van waar we nu staan”., aldus de Duitser. “We weten dat we nog een aardige weg te gaan hebben, maar tegelijkertijd zijn we ook ambitieus. We willen een afkorting vinden in die reis. We weten dat er dingen zijn die we niet af kunnen snijden, zoals het gereed krijgen van de windtunnel, een essentieel onderdeel van de reis. Maar ik ben wel blij als ik zie hoe het team zich ontwikkelt.”

“Ik ben ontzettend blij met hoe James, Andreas en Piers hun afdelingen op technisch vlak leiden, maar ook op menselijk vlak. Voor mij ligt daar de sleutel om de komende jaren die laatste paar stappen te maken.”

Meer over McLaren:

gedeeld
reacties
Motorendilemma bij Mercedes en Red Bull: Wie heeft een vijfde PU nodig?
Vorig artikel

Motorendilemma bij Mercedes en Red Bull: Wie heeft een vijfde PU nodig?

Volgend artikel

Heeft Alonso echt zoveel pech als hij zelf beweert?

Heeft Alonso echt zoveel pech als hij zelf beweert?
Laad reacties