Formule 1
Formule 1
03 jul.
-
05 jul.
Evenement is afgelopen
10 jul.
-
12 jul.
QU in
00 Uren
:
09 Minuten
:
26 Seconden
R
70th Anniversary Grand Prix GP
07 aug.
-
09 aug.
VT1 in
26 dagen
R
GP van Spanje
14 aug.
-
16 aug.
VT1 in
33 dagen
Volledige:
Topic

Grand Prix van Nederland

Herinneringen aan de Dutch Grand Prix: de F1-fans aan het woord

gedeeld
reacties

In de rubriek 'Herinneringen aan de Dutch Grand Prix' blikt Motorsport.com met bekende en minder bekende personen terug op eerdere edities van de Formule 1-race in Zandvoort. In het elfde deel van deze serie is het de beurt aan jullie, de bezoekers van deze site.

Herinneringen aan de Dutch Grand Prix: de F1-fans aan het woord
Door:
, Journalist
2 mei 2020 10:50

Gebruik de pijltjes op de foto om naar het volgende en vorige verhaal te navigeren.

Slider
Lijst

Fan van Jan Lammers

Fan van Jan Lammers
1/10

Fokke John: "Van 1973 tot en met 1984 heb ik de Grand Prix van Nederland bezocht. De laatste in 1985 heb ik voor de buis gekeken. Tijdens de Grand Prix van 1979 ben ik voor het eerst in de paddock geweest. Met dank aan Jan Lammers Racing, de fanclub van. Volgens mij was het een combikaart voor het rennerskwartier en de tribune op de Hunserug. Die hele zomer liep ik in het gips door een bij het voetballen gebroken enkel. Tribune en paddock lagen gelukkig niet te ver uit elkaar dus dat was goed te doen met mijn gipspoot."

"In die tijd waren er nog geen garages op Zandvoort, maar ouderwetse pits. Er werd aan de auto’s gewerkt in de smalle en zeer drukke pitstraat of in de paddock, onder een luifel aan de zijkant van de trucks waarin de bolides werden vervoerd. Het was gaaf om daar rond te mogen lopen voorafgaande aan de warming up, die je toen nog had, en om handtekeningen te vragen. Ik kreeg ze van mijn held Jan Lammers en van Mario Andretti, Alan Jones en Nelson Piquet. Toen ik terugkwam bij de tribune gaf ik mijn paddockkaartje aan mijn neef Rik (hij had een duinkaart), met wie ik die jaren naar vrijwel alle races op Zandvoort ging. Zo konden we beiden ons hart ophalen in de paddock. Van de fanclub ben ik lid gebleven tot het moment dat ik van Gerard van der Storm, de manager van Jan Lammers, het bericht kreeg dat de fanclub werd opgeheven wegens een gebrek aan belangstelling. Maar Jan ben ik altijd blijven volgen."

"In 1981 kreeg ik een paddockkaart door een gewonnen puzzel van het blad Autorensport (of Autovisie). Dat jaar had ik een spiegelreflexcamera gekocht, een niet te dure Pentax die ik me als student kon veroorloven. Daarmee heb ik bij de ingang van de pitstraat foto’s gemaakt (totdat ik werd gesommeerd van het hek af te komen) die ik nog steeds het aankijken waard vind, waaronder één van Gilles Villeneuve in de Ferrari 126C [zie onder].”

 

"Ik was dus fan van Jan Lammers. Hij was zes jaar ouder dan ik. De ultieme jeugdheld. Zijn weergaloze overwinningen in de Formule 3 tijdens de Paasraces van 1978 op een doorweekt Zandvoort waarmee hij de basis legde voor zijn Europese titel, zijn moeizame debuut in de Formule 1 bij Shadow, maar ook de sensationele vierde startplaats in Long Beach 1980 met de ATS D4 en zijn sterke optreden tijdens de natte openingsronden van de Grote Prijs van Zuid-Afrika in 1981. Het waren spaarzame momenten die hoop gaven op een succesvolle Formule 1-carrière. Maar de Formule 1 was weerbarstig. Tijdens de Dutch GP van 1981 stond Jan langs de zijlijn, aan de kant geschoven door ATS voor Slim Borgudd, ooit drummer van ABBA!"

"We hadden een strandhuisje op camping Voorwaarts en met mijn neef Rik was ik die dagen kind aan huis op het circuit. De camping grensde aan het laatste strandpaviljoen, nummer 26 van Rob en Reina Paap. Daar kwamen ‘s avonds na de zaterdagtrainingen de monteurs van ATS een biertje drinken. Toen wij daar lucht van kregen zijn we er gelijk naartoe gegaan, nieuwsgierig als we waren. Ik besloot een van de monteurs aan te spreken, want ik wilde heel graag weten wat hij nou van Jan Lammers vond. Hij had tenslotte met Jan gewerkt en wist toch zeker wel dat hij veel beter was dan Slim Borgudd! Het antwoord was ontnuchterend: 'Jan is een groot talent maar heeft angst in de snelle bochten.' Dat ging er bij mij niet in. Ik geloofde het niet, niet van Jan. Maar die opmerking is wel blijven hangen en met de jaren ben ik er anders naar gaan kijken. De vele successen die hij in zijn lange carrière heeft behaald, bevestigden zijn enorme talent en veelzijdigheid. Maar misschien (want echt weten doe ik het natuurlijk niet) is het leven hem altijd te lief geweest en heeft hij (los van de pech die hem trof) net niet dat gegeven wat de Lauda’s en Senna’s van deze wereld wel bereid waren te geven. Maar wat zou het, ik heb al die jaren van hem genoten.”

“In 1973 kreeg ik van mijn vader de JPS Lotus 72 van Emerson Fittipaldi cadeau, mijn eerste speelgoedautootje van Corgi Toys. In een mooi doosje met een portretfoto van mijn held. Ik was tien jaar oud. Wij hadden een huisje op het strand van Zandvoort. Dat jaar ging ik voor het eerst naar de Grand Prix. Dan kon ik die wonderschone zwart met gouden bolides van Fittipaldi en Ronnie Peterson met eigen ogen zien. En mooi waren ze! Wij stonden op het stuk voor Tunnel Oost, vlak naast de cameraman van de NOS. Mijn ouders, mijn broer en ik. Het was een van de mooiste plekken van het circuit en ik zou er nog jaren terugkomen. Maar niet vanwege wat er die dag gebeurde. Op dit punt had je een mooi overzicht van de baan."

"De start kon je alleen horen, het aanzwellende gebrul van de motoren. De auto’s kwamen voor het eerst in zicht bovenop de Hunserug. Bij de afdaling verdwenen ze achter een duin uit beeld om vlak voor de klim richting Scheivlak weer op te duiken en meteen weer te verdwijnen. Na het ronden van het Scheivlak kwam het volledige startveld aanstormen, Ronnie Peterson voorop. Vier korte rechte stukken verbonden door supersnelle, flauwe bochten. Hoe de wagens van de binnenzijde van de baan naar de buitenkant gleden, volgas richting de nieuwe S-bocht waar ze vol in de ankers moesten... Wat een geweld."

"Ik heb Roger Williamson niet van de baan zien raken. Vermoedelijk keek ik net in de richting van de Panoramabocht. Het moeten de geluiden van de klap en de kreten van schrik en afschuw zijn geweest waardoor ik mijn hoofd naar rechts draaide. Mijn herinneringen: een wrak en een spoor van vuur voor mijn ogen. Alles gaat snel. Er loopt iemand langs de baan. Even denken we dat het de coureur van de gecrashte March is en dat hij er dus uit is. Maar dat is hij niet. De vlammenzee, de rook over de baan. Ronnie Peterson, de leider in de race, die ronde na ronde zonder vaart te minderen door de muur van rook raast. Jackie Stewart en François Cevert die iedere ronde gas terugnemen op de plek des onheils en met handgebaren lijken te vragen wat er aan de hand is. Het moment dat de uitgebrande wagen op zijn wielen wordt gezet en er een doek over het levenloze lichaam van Williamson wordt gelegd. De race die doorgaat terwijl je weet dat er onder dat doek…"

"Met trillende handjes hield ik me vast aan het hek bovenop het duin. Mijn moeder had het te kwaad gekregen. Eenmaal terug op de camping zei ik nogal plechtig voor een tienjarige dat er iemand was overleden. Pas in de jaren tachtig zag ik voor het eerst de televisiebeelden. Tot die tijd had ik alleen kennisgenomen van de lugubere foto’s uit het World Press Photo-jaarboek van 1973. Gelukkig lijkt de moderne Formule 1 qua veiligheid in niets meer op die van de jaren zeventig."

Geweldig geregeld

Geweldig geregeld
2/10

Jan Willem Mulkens: "Vele jaren was ik er met mijn vader. Met de trein naar Zandvoort. De laatste keer kregen we kaarten van een leverancier van ons. Op vrijdag zouden er twee aangetekend komen. Er zaten echter drie in de envelop. We hebben nog geprobeerd om de derde kaart bij de rechtmatige eigenaar te krijgen, maar we mochten uiteindelijk gezellig met zijn drieën gaan. Onze tribune stond in het verlengde van de hoofdtribune. Daarachter hadden ze een tent geplaatst voor de catering. Het was allemaal geweldig geregeld. Deze foto van Niki Lauda op de startgrid maakten we voor onze tribune."

Meerijden met Jantje

Meerijden met Jantje
3/10

Rino Bolten: "Ik had een kaartje voor een staanplaats in de duinen. Onderweg naar het circuit kwam ik langs de slipschool van Rob Slotemaker, waar een jong ventje demo’s gaf op het natgespoten asfalt. Van wat ik mij herinner kon ik voor een luttel bedrag meerijden tijdens één van die demo’s. Dat ventje was niemand minder dan Jantje Lammers. Van de race zelf kan ik me niet heel veel meer herinneren. Ik weet nog wel dat James Hunt dat jaar in een titanenstrijd verwikkeld was met Niki Lauda, die twee races voor Zandvoort zwaar gecrasht was op de Nürburgring en in Nederland vervangen werd door Carlos Reutemann. Lauda zou zijn comeback maken op Monza en tot de laatste race zou het spannend blijven tussen de twee rivalen. Maar dat kun je allemaal terugzien in de speelfilm Rush."

Sinds 1961 geen GP gemist

Sinds 1961 geen GP gemist
4/10

Paul Evers: "Mijn eerste - van uiteindelijk vele - Grand Prix van Zandvoort was die van 1961. Als zevenjarig jochie zag ik, nadat ik onder het hek door was gekropen bij Tunnel Oost, Wolfgang Graf Berghe von Trips met de Ferrari ‘shark nose’ de GP winnen. Op een of andere manier wist ik ook nog in de paddock te komen, waar ik met verbazing de graaf met beker en lauwerkrans een piepklein caravannetje in zag vluchten toen hij belaagd werd door een legertje journalisten. Sindsdien heb ik geen GP op Zandvoort gemist en in totaal, zowel privé als voor mijn werk, ruim honderd Grands Prix meegemaakt. Genoeg anekdotes dus. Hierbij drie van de laatste GP’s van Zandvoort."

"Bij de oliemaatschappij waar ik sinds 1979 voor werkte, was ik verantwoordelijk voor de technische begeleiding van de auto- en motorsport in Nederland. De TAG Turbo-motoren van McLaren waren door Porsche samen met ons ontwikkeld. Ze liepen dus op onze brandstof en smeerolie. Hiermee waren we na tien jaar afwezigheid - na de oliecrisis van 1973 waren we er niet meer bij - weer actief in de Formule 1. Het regelen van de benzine voor de Grand Prix van Zandvoort was een verhaal apart. Voor de bandentest in april en het raceweekend in augustus had ik 3.000 liter nodig. Ik wist wat de samenstelling moest zijn om binnen het FIA-reglement de optimale brandstof te maken. De benodigde componenten waren op de raffinaderij in Pernis voor handen en moesten in de juiste verhouding worden gemengd. Tientallen telefoontjes met collega’s op de raffinaderij leverden weinig op. Maar het verhaal van de Formule 1-brandstof was kennelijk toch als een lopend vuurtje door de raffinaderij gegaan, want op een dag kreeg ik een enthousiast telefoontje van een mij onbekende collega: ‘Ik begreep dat je een Formule 1-benzine moet maken. We kunnen wel een klein beetje voor je maken: een ketelwagentje.’ Daarmee doelde hij op een spoorwagon van 80.000 liter. Voor de jongens van de raffinaderij, die ruim 60 miljoen liter per dag door de fabriek joegen, was dat ‘een klein beetje’. Maar het stond totaal niet in verhouding met de hoeveelheid die ik nodig had."

"Uiteindelijk werd de brandstof gemaakt in het researchlaboratorium in het Engelse Chester, waar ze de faciliteiten hadden om kleine hoeveelheden speciale brandstof te maken voor hun reguliere motortests. De vervolgactie zou nu volstrekt ondenkbaar zijn. In april werden vijftien vaten - ruim 3.000 liter - Formule 1-benzine afgeleverd in een depot in Midden-Nederland, waar zich een vatenplatform bevond dat ooit gebruikt werd voor de opslag van vaten smeerolie, maar al jaren niet meer in gebruik was. Door mijn goede relatie met de depotbaas konden de vaten Formule 1-benzine daar worden opgeslagen. Dat zou nu behoorlijk illegaal zijn! Een deel van de vaten werd in april vervoerd naar Zandvoort voor de bandentests, terwijl de rest bewaard bleef voor de Grand Prix in augustus. Ik had grote stickers laten maken met de opdruk ‘Formule 1-benzine’ en ze persoonlijk in Utrecht op de vaten geplakt. Ik zorgde er vervolgens voor dat de vaten bij de Grand Prix prominent zichtbaar vanaf de hoofdtribune voor de pitboxen werden neergezet. Bij de een-twee finish in 1985 werd een van de benzinevaten door het team als opstapje gebruikt."

“De Nederlandse Grand Prix in 1985 was voor mij een heel bijzondere. Omdat het zeer waarschijnlijk de laatste keer zou zijn dat de Formule 1 het duinencircuit zou aandoen, wilde ons bedrijf een groot aantal klanten getuige laten zijn van de verrichtingen van het door ons gesteunde McLaren-team. Bij de uiterst stugge onderhandelingen met Bernie Ecclestone bleek het onmogelijk om aparte kaarten te krijgen voor de vrijdag, zaterdag en zondag. Alleen zeer kostbare kaarten voor alle drie de dagen waren mogelijk, die - uit angst voor vervalsing - bovendien pas de woensdag voor de race beschikbaar zouden zijn. Wij bedachten daarom het volgende plan: elk van de drie dagen wilden we 150 klanten op het circuit uitnodigen. Bij de NS charterden we een trein, die bestickerd werd met onze logo’s. Op de vrijdag pikte deze stoptrein vanuit Groningen onder begeleiding van charmante hostesses van Martinair op meerdere stations 150 gasten op voor de trip naar het circuit. Tijdens de terugreis ontvingen de gasten een speciaal gemaakte herinneringsplaquette bij inlevering van de toegangskaarten. En op zaterdag reisden de hostesses van Martinair - met de ingenomen kaarten - vanuit Maastricht met 150 zuidelijke gasten naar Zandvoort. Op dezelfde manier konden op zondag de gasten uit het westen van het land met de trein vanuit Dordrecht naar het circuit worden gebracht."

"Door de belachelijke tarieven van Ecclestone waren vrijwel alle bedrijven afgehaakt en stonden er maar twee sponsortenten in de paddock. Alleen Olivetti en wij waren nog over. Een paar weken voor de Grand Prix kon daardoor opeens alles: aparte kaarten voor de drie dagen en noem maar op. Omdat het treinproject inmiddels helemaal stond, hebben wij de heer Ecclestone beleefd bedankt en nog een aardige korting op de kaarten voor alle drie de dagen bedongen. Als absoluut droomscenario eindigden ook nog eens de McLarens met Niki Lauda en Alain Prost als eerste en tweede in de race. En terwijl de gasten met de trein weer onderweg waren naar Dordrecht, ging het feestje in de tent nog even door."

"Bij de Grand Prix van Zandvoort in 1985 werd de extreme geldzucht van Bernie Ecclestone wel erg duidelijk. Alle reclameborden langs de baan werden met zwarte folie afgeplakt, omdat vrijwel niemand de idiote tarieven van Bernie wilde betalen. Op de altijd in de paddock aanwezige servicebus van Koni wapperden zoals gewoonlijk twee Koni-vlaggen. Bernie sommeerde dat die onmiddellijk moesten worden neergehaald, omdat er niet voor was betaald. Als reactie plaatste Jhr. Aerd van der Goes, Mr. Koni, twee extra hoge vlaggenmasten op de bus met daarin onze nationale driekleur. Bernie’s onderknuppel Herbie Blash heeft een halve dag door de paddock aan tientallen mensen lopen vragen of het rood-wit-blauw wel echt de Nederlandse vlag is, om er zeker van te zijn dat het geen reclame voor iets maakte. Aerd heeft de vlaggen het hele weekend fier in top gelaten."

'Huub Rothengatter liet ons de paddock zien'

'Huub Rothengatter liet ons de paddock zien'
5/10

Foto door: Motorsport Images

Gert-Jan Vente: “Ik ben een Formule 1-fan sinds ik zo’n zes jaar oud ben - ik ben nu 46 - en keek samen met mijn vader naar alle races op tv. Mijn vader was destijds reclamemanager bij Philips en werd in 1985 uitgenodigd door Huub Rothengatter om de Grand Prix van dichtbij mee te beleven. Mijn vader en ik zijn samen met de trein naar Zandvoort gegaan en werden door Huub zelf ontvangen. Hij deed aan de GP mee in de Osella-Alfa Romeo. Ik kan me nog goed herinneren hoe hij ons de paddock liet zien."

"We hadden zitplaatsen op de hoofdtribune. Als twaalfjarig jochie was het fantastisch om de start en de race van zo dichtbij mee te maken. Alain Prost was destijds mijn held en ik was helemaal in de wolken om mijn held van dichtbij te zien. Niki Lauda won de race, voor Prost. ’s Avonds zat ik met rode wangen in de trein terug naar huis. Het was een overweldigende ervaring en ik ben mijn leven lang Formule 1-fan gebleven. Nog steeds probeer ik elke race live op televisie te zien. Dat doe ik dus al 35 jaar, ook als de race midden in de nacht is.”

“Jaren later heeft Philips via mijn vader ook nog Jos Verstappen gesponsord. Zoals tijdens het Formule 1-seizoen 1996, toen Jos voor Arrows reed. Zodoende heb ik ook Jos leren kennen en hem meerdere malen ontmoet. Ik heb zelfs een echte helm van Jos gekregen. In 1996 ben ik naar Amerika geëmigreerd, dus ik zal er helaas niet bij zijn als de Formule 1 terug is op Zandvoort. Het had me machtig geleken om ook de aankomende Nederlandse Grand Prix bij te wonen. Maar ik zal zeker aan de buis gekluisterd zitten.”

'Ene Ayrton Senna'

'Ene Ayrton Senna'
6/10

Foto door: Rainer W. Schlegelmilch

Kees de Geus: “De Grand Prix van 1984. Het zijn ongedocumenteerde impressies, maar ik zal het nooit vergeten. We stonden op het dak van de pits. Mijn maat wees me op een coureur. Ene Ayrton Senna. Scheen een talent te zijn. Ik kende hem niet, dus ik vond hem niet zo interessant. Vanaf de eerste verdieping van het pitsgebouw keken we naar beneden naar de verrichtingen van Ferrari en René Arnoux. Arnoux hing de clown uit door staand achter zijn bolide zijn achtervleugel te bespelen alsof het een piano was. Iedereen van Ferrari lag in een deuk. Hij was een geliefd coureur, een echte racer. Degenen die laat van het circuit vertrokken, waaronder ik, waren onderweg naar het station toen een oplettende toeschouwer opmerkte dat Alain Prost door de drukte manoeuvreerde. Dat liet zich niet onberoerd. Hij draaide gewillig zijn raampje open en liet een aai over zijn krullebol toe om zich te laten feliciteren. Hij had de race gewonnen. Hij zat achter het stuur van een.... Jawel, een grijze (gehuurde?) Ford Escort. Nogmaals, ongedocumenteerde impressies, maar wel leuk dat ik het van dichtbij heb mogen zien. Ik zal het nooit vergeten.”

Ongeluk van Williamson zorgde voor trauma

Ongeluk van Williamson zorgde voor trauma
7/10

Foto door: Motorsport Images

Jan de Wit: "Toen ik een jaar of zestien was, ging ik met mijn bromfiets naar Assen en naar Zandvoort. Dat jaar was er een dodelijk ongeluk met een motorcoureur en datzelfde jaar was dat vreselijke ongeluk in Zandvoort, waarbij een coureur in zijn auto verbrandde. Ik ben sindsdien nooit meer naar een circuit geweest omdat ik mezelf had aangepraat dat als ik naar een circuit ging er een dode zou vallen. Ik ben nu bijna 74 en een hartstikke fan van Max Verstappen. Ik kijk op tv en geniet van alle kunsten die hij laat zien. Hoe mooi Zandvoort nu ook lijkt te zijn, ik denk niet dat ik daar ooit nog zal durven komen."

Irritante limonademan

Irritante limonademan
8/10

Foto door: Motorsport Images

Erik Wind: "Ik was toen zeventien en mijn vader nam mij op 27 augustus 1978 als verrassing mee naar de Formule 1-race op Zandvoort. Zoals gebruikelijk waren wij voor dag en dauw op het circuit om een goede plek achter de dubbele hekken te veroveren. Tot de aanvang van het programma doodde ik de tijd dan met het meegebrachte huiswerk, want dat ging natuurlijk ook gewoon door."

"Zo ook in 1978. Wij vonden een mooi plaatsje tussen de Tarzan- en Gerlachbocht, met goed zicht op het baanvak tussen deze twee bochten. Een meter of tien verderop deed een limonadeverkoper prima zaken. Elk leeg verkocht kratje stapelde hij zorgvuldig op tussen de hekken die de baan van het publiek scheidden. Ons zicht op de baan werd daardoor navenant minder. Maar in onze naïviteit verwachtten wij dat de aldus ontstane toren van lege kratten voor het begin van de wedstrijd zou worden verwijderd, teneinde het publiek in staat te stellen het wedstrijdverloop te volgen. En wellicht ook uit veiligheidsoverwegingen."

"Het tegendeel bleek echter waar te zijn. Na leegverkoop bleek de stapel kratten dienst te doen als gratis tribune voor de limonademan en zijn gevolg! Het geheel werd afgedekt met een zeil, waarop de man vorstelijk plaatsnam om de wedstrijd te aanschouwen [zie foto]. Verontwaardiging alom, maar daar had de frisdrankenuitbater geen boodschap aan. Ook twee dienstdoende Zandvoortse agenten zagen de constructie met een bedenkelijke blik aan, maar vonden het kennelijk niet belangrijk genoeg om tot het neerhalen van het geïmproviseerde bouwsel te sommeren. Tja, veiligheid stond toen nog wat minder hoog in het vaandel dan tegenwoordig. Onze blik op de Gerlachbocht was in elk geval grondig geblokkeerd."

"In de auto terug naar huis was onze ergernis nog nauwelijks verminderd. Mijn vader nam zich plechtig voor een pittige brief aan de circuitdirectie te schrijven om deze attent te maken op het zojuist ondervonden misbruik van de ruimte tussen de hekken en het gevoelde waardeverlies van onze entreekaarten. Ook in 1978 was het verwerven van een toegangskaartje voor de GP immers geen goedkope aangelegenheid."

"Inmiddels is mijn vader 89 jaar oud en gelukkig nog steeds in goede gezondheid en druk met een veelheid aan activiteiten. De bedoelde brief staat – ondanks herhaalde reminders van mijn kant – echter nog steeds op zijn to-do-lijstje... Ik plaag hem daar nog wel eens mee. Daarom maak ik nu zelf – en met een knipoog – graag gebruik van de gelegenheid om de organisatie van de nieuwe Dutch Grand Prix te vragen om vooral ook rekening te houden met het publiek, dat ongetwijfeld weer en masse zal toestromen."

Chris Amon aan de muur

Chris Amon aan de muur
9/10

Foto door: Motorsport Images

Max Kerremans: "De eerste Grand Prix die ik zag, was die van Zandvoort in 1969. 'Onze' sport werd toen nog niet live op tv uitgezonden. Mijn groeiende belangstelling voor alles wat met auto’s te maken had, werd mondjesmaat gevoed door autobladen en korte samenvattingen op tv. Ik moest en zou dus naar Zandvoort. Vader mee, met camera en telelens. Hij maakte een ‘meetrekfoto’ van Ferrari-rijder Chris Amon, die uitvergroot nog jaren mijn kamer sierde. Dat is overigens niet deze foto. Amon was mijn held om de simpele reden dat hij voor Ferrari reed. Dat 1969 een dramatisch seizoen voor de Scuderia was, deerde de jonge, begeesterde liefhebber niet."

Boodschappenjongen voor Frank Williams en Piers Courage

Boodschappenjongen voor Frank Williams en Piers Courage
10/10

Foto door: Rainer W. Schlegelmilch

Pim van Pelt: “Ik ben geboren in Haarlem in 1948 en ging al in de jaren 50 met mijn ouders naar de Grote Prijs van Nederland. Stirling Moss, Tony Brooks, Mike Hawthorn, Wolfgang Graf Berghe von Trips, Bruce McLaren, Innes Ireland. Het zijn bekende namen voor mij want ik heb ze allemaal zien rijden in hun Vanwall, Ferrari, Cooper, BRM en Lotus. Rond mijn tiende kwam ik in Zandvoort te wonen en hing ik vaak (eigenlijk te vaak, het heeft mijn prestaties op de middelbare school niet bepaald positief beïnvloed) op het circuit rond of bij de oude slipschool, ergens achter in het circuit. ’s Winters ging ik met een vriendje stiekem het prikkeldraad in de duinen prepareren zodat we voor de races geen kaartjes hoefden te kopen. Altijd spannend omdat er in de duinen met herdershonden werd gepatrouilleerd. En de ultieme bekroning was natuurlijk als we achter de pits wisten te komen. En dat lukte ook nog wel eens. Ik heb zelf eens aan een zeepkistenrace vanaf de Hunserug meegedaan. Reuze spannend in onze nagebouwde Ferrari. Vanaf midden jaren vijftig heb ik bijna elke Dutch Grand Prix gezien.”

“Op woensdagmiddag ging ik steevast naar het circuit. Ik zag Jaap Luyendijk in zijn Formule Vee, Arie die er soms bij was, de jonge jonkheer Gijs van Lennep en de legendarische Tonio Hildebrand. Ik stond er met mijn neus bovenop. In 1968 heb ik als passagier in een Mini Cooper S het asfalt en de duinen van zeer nabij mogen aanschouwen door een megaklapper bij Bosuit. Dat alles dankzij een afgebroken stuurkogel. Met 150 kilometer per uur gingen we haaks rechtsaf en vijf keer over de kop. Ik had geen schrammetje. Wel was het horloge van mijn pols gevlogen. Dat heb ik nooit meer gevonden. Ik heb er ook diverse keren met de motor gereden.”

 

“Ik ben boodschappenjongen geweest voor Frank Williams, Piers Courage, Peter Gethin en Peter Revson toen ze in de Formule 3 reden. Dat deed ik in de herfstvakantie. Meestal kwamen de F3-coureurs op dinsdag of woensdag naar Zandvoort. Ik woonde inmiddels in Sassenheim en ging dan op de brommer (later met de auto) naar Zandvoort. Ik wist dat die gasten in die tijd altijd in kleine garages sleutelden. Dat in tegenstelling tot sommige Formule 1-teams, die de grotere garages (bijvoorbeeld Davids aan de Burgemeester Engelbertsstraat) opzochten. Dan stapte ik zo’n garage binnen en vroeg ik gewoon in mijn beste schoolengels of ik ze kon helpen. Ik kreeg dan meestal een stuk poetskatoen in mijn handen gedrukt. ’s Avonds reed ik dan weer terug naar huis en de volgende ochtend was ik er weer. De tijd van mijn leven. Ik haalde broodjes of andere boodschappen voor die gasten of ging met ze mee het dorp in om ze een beetje de weg te wijzen. Of we gingen samen ergens een onderdeel halen. Ik ben ook een keer met een van hen naar het oude Schiphol geweest om een neus voor een van hun wagens op te halen bij de douane. Volgens mij was dat voor Frank Williams of Peter Gethin, dat weet ik niet helemaal zeker meer.”

“Ondanks mijn 71 jaar ben ik gelukkig nog zo vitaal en enthousiast dat ik mij bij VolkerWessels heb opgegeven om als vrijwilliger allerlei hand- en spandiensten te verlenen tijdens de komende Dutch Grand Prix. Nu nog hopen of ik mee mag doen. Zo zie je maar hoeveel de autosport en de Formule 1 voor een mens kan betekenen. En hoeveel waardevolle herinneringen je er aan kunt overhouden. Ik koester ze stuk voor stuk.”

Heidfeld: “BMW vertrok te vroeg uit de Formule 1”

Vorig artikel

Heidfeld: “BMW vertrok te vroeg uit de Formule 1”

Volgend artikel

Reconstructie: Hoe Zandvoort alle hobbels voor F1 nam, op eentje na

Reconstructie: Hoe Zandvoort alle hobbels voor F1 nam, op eentje na
Laad reacties

Over dit artikel

Kampioenschap Formule 1
Auteur Erwin Jaeggi