Exclusief: Senna-coach Josef Leberer over 30 jaar Formule 1 (deel 2)

In het tweede deel van ons exclusief gesprek met Josef Leberer, vroeger de coach van Ayrton Senna en al jaren de vaste fysiotherapeut van Sauber, verklapt hij enkele geheimen van zijn aanpak.

In het eerste deel van ons tweedelige interview met Formule 1-trainer Josef Leberer kon je lezen hoe de Oostenrijker in 1988 begon bij McLaren en het vertrouwen won van Ayrton Senna. In dit tweede deel legt Leberer het geheim uit achter zijn mentale begeleiding die hij niet alleen bij Senna, maar als Sauber-trainer ook bij rijders als Kimi Raikkonen, Felipe Massa en Sebastian Vettel toepaste.

Leberer staat in de paddock bekend als vertrouweling van Ayrton Senna en dus hangen jonge rijders vaak aan zijn lippen als hij verhalen vertelt over het Braziliaanse icoon. “Sommige jongens zeggen: ‘Oh, je werkte met Senna. Wat deed je met hem?’ Er zijn dan altijd kleine dingen die ze kunnen gebruiken. Ik ben in die dertig jaar niemand tegengekomen die zo intens was als hij. Het was ongelooflijk hoeveel aandacht hij besteedde aan details. Het was een plezier om met hem samen te werken omdat hij alles wat je deed ook waardeerde. Zelfs het eten was belangrijk voor hem, gaande van biologische granen tot bepaalde kruiden. Hij nam alle informatie op als een spons. Op een keer was ik er niet en moest iemand anders zijn salade maken. Achteraf kwam hij naar me toegestapt: 'Dit was jouw saladedressing niet, het was net iets minder dan anders.’”

Leberer kon al zijn ervaring gebruiken bij de blessure van Pascal Wehrlein, die vorig jaar na een crash in de Race Of Champions een compressiefractuur van drie ruggenwervels opliep en de eerste races moest missen. “Voor dat soort jonge gasten kan het niet snel genoeg gaan. Ze willen meteen de wagen weer in”, zegt Leberer. “Ik begrijp dat wel, het is belangrijk. Maar met mijn ervaring wilde ik liever wat langer wachten. Daar wordt je ook mentaal sterker en meer ervaren van. Je moet het zelf ervaren en aanvoelen.”

Er wordt vaak gezegd dat het de atleten zijn die het meest tot rust kunnen komen en de knop kunnen omdraaien, die het best presteren. De Tour de France win je in je bed, luidt een oud wielercliché. Leberer paste dat principe al toe bij Senna. “Je kan niet altijd aan hartslag 180 werken. Voor het hart en het lichaam is het belangrijk om tot rust te komen. Tijdens een F1-weekend begint de spanning te stijgen op zaterdagavond. Wat er in het hoofd van Ayrton omging, dat kon ik voelen op zijn lichaam: De spanning, de vibraties. Ik vroeg hem dan om mij zijn volle aandacht te geven. Concentreer je op de therapie. Het is belangrijk om te herstellen en de knop uit te schakelen.”

"Dat zijn dingen die je een rijder niet kan voorlezen uit het boekje van de universiteit. Dat doe je met je ervaring. Je lichaam en geest kunnen enkel groeien in je slaap. Wat je die dag hebt gedaan wordt dan verwerkt. Als je ’s avonds nog steeds bezig bent met Prost, Mansell of Piquet, dan verstoort dat het proces. Senna pikte dat snel op. Dat is een van de belangrijkste dingen die je kan leren."

"Je bent maar zo goed als de persoon waarmee je werkt. Ik ben niets als de rijder niet accepteert wat ik wil doen. Daarom was het voor mij zo geweldig om meteen bij McLaren terecht te komen in 1988. Daar trof ik met Prost en Senna twee wereldtoppers aan. Het was ongelooflijk. Als je wint is alles natuurlijk makkelijk, je moet blijven beseffen dat je slechts een klein wieltje in die grote machine bent.”

"De druk op jonge rijders is brutaal" 

Sinds 1988 zijn de tijden erg veranderd. Leberer maakte de evolutie vanop de eerste rij mee. "Het is tegenwoordig best moeilijk voor een jonge rijder. De wagens zijn op fysiek vlak minder agressief dan vroeger, maar op technisch vlak is er zoveel meer informatie. Het is een formule die door engineering wordt gedreven en niet door de rijder. Voor de ingenieurs is het geweldig, maar als jong talent moet je het snel oppikken. Zij zijn er wel meer mee opgegroeid om de ingenieurs te volgen, maar het blijven mensen. De druk is enorm. Als je niet sneller bent dan je teamgenoot, dan mag je vertrekken en staat het volgende talent al in de rij. Het is brutaal. Sommige rijders zijn erg getalenteerd, maar ze hebben meer tijd nodig. He hangt van de cultuur van het team af of ze die tijd krijgen. Bij sommige academies liggen ze al als kind vast aan een contract met een manager. Uiteindelijk hangt het af van hun talent, discipline en wilskracht, niet enkel van centen.”

Sommige talenten, zoals Max Verstappen, stoten enorm snel en vroeg door naar de Formule 1. Dat is niet voor iedereen weggelegd. Kimi Raikkonen was een van de laatste toppers die daarin slaagde. Leberer was erg onder de indruk van de Fin in zijn debuutjaar met Sauber. "Mensen zeggen dat het makkelijk is om van de Formule 3 meteen in de F1 te stappen, maar dat is helemaal niet zo. Slechts een paar superspeciale jongens kunnen het aan”, getuigt Leberer. "Kimi begon met mij toen hij heel jong was. Bij hem zag je het meteen … wauw. Wat een ongelooflijke kerel. Hij was al zo sterk onder druk. Natuurlijk geven de grote teams zoveel geld uit dat ze het risico niet nemen om een jonge rijder te nemen. Zij kiezen meestal voor ervaring om de job af te maken. Maar als jongere moet je ergens beginnen, dus het is belangrijk dat er teams zijn die jonge rijders de weg wijzen.”

Voor Leberer blijft het opleiden van jong talent zijn drijfveer na 30 jaar in de sport. “Precies, daarom blijf ik doorgaan”, glimt de nu 59-jarige Oostenrijker. "De link tussen de engineers en de rijders is een moeilijke, maar interessante kwestie. Soms zie je een talent en hoop je dat hij nog een jaar langer de kans had gekregen om zich aan te passen. Het grootste verschil met de tijd van Senna en Prost is het belang van data. Data is overal. Het probleem is nu zelfs dat er te veel informatie is. Die overload moeten we vermijden door prioriteiten te stellen. Dat is moeilijk om in goede banen te leiden. Ik vind dat je soms gewoon moet afgaan op je ervaring en je gevoel. Zoek de fysieke en mentale limieten op en vraag je af wat er beter kan. Human engineering, dat is zo interessant. Daarom ga ik verder!"

Schrijf een reactie
Geef reacties weer
Over dit artikel
Raceklassen Formule 1
Artikel type Interview