Exclusief: Arrivabene over zijn eerste anderhalf jaar als teambaas bij Ferrari

Sinds eind 2014 zwaait voormalig Marlboro-marketingbaas Maurizio Arrivabene de scepter over het Ferrari Formule 1-team. Motorsport.com blikt samen met hem terug op zijn eerste achttien maanden als teambaas in Maranello.

Hoe is je leven veranderd in het afgelopen anderhalf jaar?

“Ik zou niet eens weten waar ik moet beginnen! Ten eerste werk ik voor het eerst sinds 25 jaar weer in Italië. Maar ook het type werk is heel anders. In de wereld van de Formule 1 leer je elke dag weer iets nieuws en daarvoor moet je nederig zijn. Je moet daarnaast niet alleen met technische uitdagingen om kunnen gaan, maar ook met problemen die te maken hebben met de dynamiek in een groep, aangezien er heel veel mensen in het team zitten. Het team bestaat uit voornamelijk Italianen, maar er komt ook een substantiële groep werknemers van over de grens.”

Toen je bij Ferrari kwam, was het team niet in staat om races te winnen. Maakte dat het besluit om deze baan te accepteren moeilijker?

“Elk seizoen heeft zijn eigen verhaal. Het heeft geen zin om terug te kijken op wat er eerder is gebeurd en zo zit ik ook niet in elkaar. Ik ben verder van mening dat je de talenten van een persoon niet moet isoleren, maar moet kijken hoe je die ten dienste van de groep kunt stellen. Ik heb het ook altijd over ‘wij’ en nooit over ‘ik’. In deze sport kun je in je eentje niets veranderen, maar je kunt wel een bijdrage leveren aan het team om zo met zijn allen goede resultaten te kunnen behalen.”

Moet je 24 uur per dag beschikbaar zijn met jouw functie?

“Het is een fulltime job, maar dat geldt voor iedereen die bij Ferrari werkzaam is. Er zijn perioden in Maranello dat je de klok rond werkt. Maar voor iemand met mijn functie is het niet per se noodzakelijk om altijd op de werkvloer aanwezig te zijn, aangezien je dankzij de huidige technologie overal waar je bent met iedereen kunt communiceren. Maar je moet wel altijd bereikbaar zijn. Als ik bij de races ben, betekent dat echter niet dat er in Maranello meteen problemen zijn omdat ik daar afwezig ben. Vorige week sprak ik nog met een aantal mensen in de fabriek. Ik kon hun passie voor het werk dat ze doen, voelen. Ze werken niet alleen voor Ferrari, ze juichen ook voor Ferrari.”

En soms zien we jou ook juichen op de pitmuur.

“Ik heb redelijk wat passie in me, dat klopt. Ik zou me waarschijnlijk wat zakelijker moeten opstellen. Maar voor mijn gevoel vertegenwoordig ik ook degenen die niet bij de race kunnen zijn en in de fabriek werken. Soms reageer ik erg enthousiast en andere keren heel boos. Maar dit is ook de spirit die ervoor zorgde dat we in 2015 weer races wonnen en er dit jaar voor zorgt dat we niet opgeven.”

Had je het vorig jaar voor mogelijk gehouden dat je het seizoen met drie overwinningen zou afsluiten?

“Terugkijkend naar de situatie voor de start van het vorige seizoen: ik kan me herinneren dat niemand dacht dat het mogelijk zou zijn om zoveel terrein goed te maken, vooral niet op het gebied van de motor. Maar de mensen die bij ons aan de ontwikkeling van het chassis en de motor werken, hebben iedereen verrast. Geloof me, in Maranello weten ze wat hard werken inhoudt.”

Hoe is je passie voor deze sport eigenlijk ontstaan?

“Het verhaal gaat terug naar een Vespa, waarvan ik het frame versterkt had. Ik was gek op motocross en mijn vrienden, die het iets breder hadden, hadden allemaal een Malaguti Roncobilaccio. Daar kon ik alleen maar van dromen. Ik moest het doen met een oude Verspa. Die paste ik aan om er een motocross-versie van te maken. Maar bij de eerste de beste sprong brak die in twee stukken!”

En de passie voor het racen op vier wielen?

“Als kind tekende ik graag Formule 1-auto’s. Vervolgens besloot ik serieus iets met die passie te doen. Misschien had ik wel ontwerper kunnen worden. Ik tekende vooral de Lotus-auto’s van Colin Chapman, al kleurde ik ze natuurlijk rood in plaats van zwart. Op een gegeven moment kreeg ik de kans om samen met Klaus Seppi aan Parijs-Dakar mee te doen. Dat was een fantastische belevenis.”

Laten we het hebben over de huidige Ferrari-coureurs. Benader je ze allebei op dezelfde manier of houd je rekening met hun totaal verschillende persoonlijkheden?

“Ik ben heel direct en open naar ze en dat zijn ze ook naar mij. Het klopt dat het twee andere karakters zijn. Kimi is meer introvert, maar in het afgelopen anderhalf jaar is hij wel wat meer gaan praten. Hij is altijd heel precies bij het geven van feedback. Sebastian is heel open, zeer nauwkeurig en altijd met details bezig. Beide zijn geweldige professionals, iets wat je vooral duidelijk ziet op de momenten dat het niet lekker gaat. In bepaalde situaties zou de moed je in de schoenen zinken, maar wij proberen meteen verder te kijken. Het zijn aardige en intelligente jongens, die met veel verschillende zaken moeten dealen. Ze lezen ook veel. Ze zijn niet alleen bezig met wat er in de Formule 1 gebeurt.”

Er wordt veel gespeculeerd over wat er straks met Raikkonen gebeurt als zijn contract aan het einde van dit jaar afloopt. Blijft Kimi of niet?

“We hebben twee wereldkampioenen in het team. Sebastian wilde voor Ferrari rijden omdat het iets was wat hij, net als veel andere coureurs, ambieerde. Hij focust zich op zijn werk en is van plan om hier nog heel lang te blijven. Kimi levert ook zo zijn bijdrage aan het constructeurskampioenschap. In het eerste deel van dit jaar heeft hij het erg goed gedaan. Wanneer de auto naar zijn wens is, doet volgens mij niemand voor hem onder. Maar het is nog te vroeg om antwoorden te geven over volgend jaar. We hebben nog steeds tweederde van het seizoen voor ons liggen.”

In 2015 leek Ferrari het maximale uit de auto te halen door elke kans optimaal te benutten. Dit jaar lijkt daar iets minder sprake van.

“We hebben dit jaar een grote stap vooruit gezet met de auto. Het is een compleet nieuw ontwerp. Maar het is ook een erg gevoelige auto, die zich moeilijk laat afstellen. Er valt dus nog veel meer uit te halen. Ik weet zeker dat we door het werk dat we nu aan het doen zijn, straks de volledige potentie van de auto kunnen benutten. Het is net als volbloed paard: lastig om te temmen maar vol potentie. Maar na een paar kleine veranderingen presteert de auto straks honderd procent.”

Vorig jaar werd er tot het einde toe gewerkt aan de auto van 2015. Gebeurt dat dit jaar ook weer of zal op een gegeven moment de focus worden gelegd naar de wagen voor 2017?

“Ik denk dat het verkeerd zou zijn om na acht races al aan volgend jaar te denken en het heden te laten voor wat het is. We zijn dichter bij Mercedes aan het komen en moeten eventuele kansen die we dit jaar nog krijgen in het kampioenschap, niet aan ons voorbij laten gaan.”

De Formule 1 lijkt het momenteel moeilijk te hebben, mede doordat de ingewikkelde regels lastig uit te leggen aan het grote publiek. Ben je het daarmee eens?

“Onze president steekt hier, ondanks zijn volle agenda, veel tijd en energie in, zowel via de Strategy Group als de F1 Commission. Het is een beetje een vicieuze cirkel met de regels. Hoe meer je eraan doet, hoe gecompliceerder ze worden en hoe meer je weer moet veranderen. Niet alle regels zijn perfect, dus die moeten worden gecorrigeerd. De wagens zijn complexer geworden en de regels zijn ingewikkelder geworden om uit te leggen. Ik ben het er volledig mee eens dat ze vereenvoudigd moeten worden. Niet alleen voor de fans, maar ook voor onszelf.”

Wordt de Formule 1 tegenwoordig gedomineerd door de banden?

“Ik herinner me dat zelfs in de dagen dat Bridgestone en Michelin er nog waren, er zo’n beetje alleen maar over banden werd gesproken. Rubber is nou eenmaal een element dat je een groot voordeel kan geven als je het perfect weet uit te buiten en, omgekeerd, een zwaar nadeel kan zijn als je er niet goed mee om weet te gaan. We hebben tegenwoordig heel veel opties als het gaat om de banden, maar dit maakt alles vaak wel iets gecompliceerder.”

Wanneer je op straat wordt aangesproken door Ferrari-fans, wat wordt er dan tegen je gezegd?

“Er zijn momenten waarop je zou verwachten dat er fans zijn die je wel eens flink de les willen lezen, als je ziet wat er geschreven wordt in de media. Maar op straat gebeurt het tegenovergestelde. Ik blijf daar wel verbaasd over hoor. Mensen komen op me af om me een schouderklopje te geven en me aan te moedigen. Daar ben ik heel blij mee. Het inspireert me ook, en het herinnert me er nog eens aan dat we voluit moeten gaan om weer succesvol te worden. We doen het vooral voor hen.”

Hoelang zie je jezelf nog doorgaan als teambaas bij Ferrari?

“Ik wil allereerst graag opmerken dat ik niet veel heb met de term teambaas. Ik geef de voorkeur aan teammanager. Dat vind ik beter passen. Maar om op je vraag terug te komen: ik werk in dienst van een bedrijf en degenen die leiding geven aan het bedrijf, besluiten wat het beste is. Voor het grote publiek is de Formule 1 iets wat zich alleen tijdens raceweekenden afspeelt, maar wanneer de televisie uitgaat is het team een bedrijf met alle alledaagse beslommeringen waarmee ook alle andere bedrijven in de wereld te maken hebben. Het is niet aan mij om te beslissen hoe lang ik doorga in deze rol. Het is aan mijn superieuren die mijn werk beoordelen om daar een beslissing over te nemen.”

Je bent nu al een tijdje in deze functie. Denk je dat er voldoende wil aanwezig is bij de teams om de Formule 1 gezamenlijk vooruit te helpen of denken teams nog steeds vooral aan zichzelf?

“Ik denk dat het beter is om te kijken naar de situaties waarin er wel grote cohesie onder de teams bestaat. Toto Wolff en ik worden geacht elkaar te haten tijdens een raceweekend, omdat we elkaars grootste vijanden zijn. Maar zodra de actie op de baan is afgelopen, zijn we het op veel punten wel met elkaar eens als het om de Formule 1 als geheel gaat. Wat ik alleen wel jammer vindt, is dat als je iets probeert te bewerkstelligen, er altijd iemand is die roept dat er sprake is van een samenzwering. Er zijn nog steeds mensen die maar niet kunnen begrijpen dat je tegenstanders van elkaar kunt zijn op de baan en tegelijkertijd met elkaar samen kunt werken uit het belang van de sport. Een deal is nog geen samenzwering, maar voor sommigen blijkt het een lastig concept om te begrijpen.”

Een van de dingen die je hebt gedaan, is de Ferrari Driver Academy in ere herstellen. Als een jong talent zich aandient, ben je dan bereid om hem naar de Formule 1 te helpen?

“De wil is er en de samenwerking met Haas geeft ons de mogelijkheid om het te doen. Zo zien we binnenkort Charles Leclerc, een van onze pupillen, voor dit team in actie komen tijdens een paar vrijdagsessies. We hebben verder een belangrijke overeenkomst gesloten met de baas van Tony Kart, Roberto Robazzi, wat ons zal helpen bij het maken van een eerste selectie bij de jonge rijders. Massimo Rivola geeft tegenwoordig leiding aan de Ferrari Driver Academy en werkt nauw samen met al onze junioren. Het doet me deugd dat Antonio Fuoco zich zo goed aan het ontwikkelen is, en Giuliano Alesi en China's Guan Yu Zhou groeien eveneens als coureurs.”

Het aantal Formule 1-races is toegenomen naar 21, maar het aantal tests neemt alleen maar af.

“We moeten een goed compromis vinden. Een paar extra tests zou de ontwikkeling van de banden ten goede komen en misschien kunnen we er ook wel promotionele activiteiten omheen organiseren voor de fans, die niet mogelijk zijn tijdens raceweekenden. De oplossing van de MotoGP staat me wel aan. Daar blijven ze na een race nog even op het circuit om op de maandag en dinsdag te testen. Dat is een goedkopere oplossing voor de teams en het geeft de fans die om wat voor reden dan ook niet in staat zijn om naar de Grand Prix te komen, de kans om alsnog de auto's in actie te zien.”

Is er in het afgelopen anderhalf jaar kritiek op je geweest waarvan je vindt dat die niet terecht is?

“Ja, maar ik heb ook te veel complimenten gekregen. Laten we zeggen dat die twee dingen elkaar in balans houden. Maar als je dit soort werk doet, moet je er rekening mee houden dat er dingen over je gezegd worden.”

Zou je tevreden zijn met drie overwinningen dit jaar?

“Nee, absoluut niet. Ik ken de potentie die we hebben. Natuurlijk zie ik ook dat Mercedes geweldig bezig is. Op sommige banen begint het verschil echter kleiner te worden. We moeten de lat hoger blijven leggen voor onszelf. Als ik ‘ja’ zou hebben geantwoord op je vraag, dan zou ik niet de spirit van Ferrari uitstralen en niet hetzelfde DNA hebben als de mensen die hier werken.”

Via onze Formule 1-reporter Roberto Chinchero

Schrijf een reactie
Geef reacties weer
Over dit artikel
Raceklassen Formule 1
Coureurs Kimi Raikkonen , Sebastian Vettel
Teams Ferrari
Artikel type Interview
Tags maurizio arrivabene