De twijfelachtige voorgangers van Pastor Maldonado

Met Pastor Maldonado verdween deze week de meest besproken paydriver van het afgelopen decennium uit de Formule 1. De Venezolaan stond bekend als brokkenpiloot, die zijn stoeltje vooral te danken had aan sponsorcenten uit zijn vaderland. Maar met een GP2-titel én Grand Prix-zege erop is het palmares van Maldonado om van te watertanden als we deze afzetten tegen enkele van zijn voorgangers in de sport. GPUpdate.net pikt een aantal legendarische paydrivers eruit.

Laten we bij het begin beginnen: wat verstaan we onder een paydriver? Iemand die geld meeneemt voor zijn Formule 1-stoeltje, maar de werkelijkheid is dat dit geldt voor het gros van de coureurs. Ook mannen die op basis van hun capaciteiten als coureur thuishoren in de Formule 1. Wij richten ons in dit verhaal op coureurs die normaal gesproken, als ze geen kruiwagen vol dollars meegenomen hadden, nooit in de sport beland zouden zijn. Gelukszoekers die helemaal niets in de koningsklasse van de autosport te zoeken hadden.

Zoals Jean-Denis Délétraz. Eind 1994 had het toenmalige team van Larrousse geld nodig en kon de hoogste bieder instappen voor de Grand Prix van Australië. Dat was Délétraz. Zijn race eindigde na 57 rondjes wegens versnellingsbakproblemen, maar niet voordat hij al tien (!) keer op een ronde gezet was door de koplopers. De rondetijden van Délétraz waren zes seconden trager dan die van de leiders en ook teamgenoot Hideki Noda, allesbehalve een hoogvlieger, liep ieder rondje twee tellen uit. Na zijn debuut bij Larrousse mocht Délétraz in 1995 instappen bij het team van Pacific en zijn eerste race voor dit team verliep nog hopelozer; hij werd in de Grand Prix van Portugal al na vier ronden gelapt door leider David Coulthard en verloor per ronde zeven tot acht (!) seconden op zijn teamgenoot, Andrea Montermini. Na veertien rondjes moest de allesbehalve fitte Zwitser opgeven wegens kramp in zijn linkerarm. Na dit legendarisch slechte optreden reed Délétraz nog één race, daarna verdween hij uit de sport. Leuk detail: de zoon van Jean-Denis, Louis, blijkt meer talent te hebben dan zijn vader. Hij won in 2015 het Formula Renault 2.0 NEC-kampioenschap en is opgenomen in het talentenprogramma van Renault. Aan hem de taak om ervoor te zorgen dat de naam Délétraz in de Formule 1 een keer op positieve wijze genoemd wordt.

Jean-Denis Délétraz was dus traag, veel te traag, maar er is nog een overtreffende trap. Er is namelijk één coureur in de rijke historie van de Formule 1 die uit een race gehaald is omdat hij te langzaam was. Deze twijfelachtige eer is voor Al Pease. Pease reed de Canadese Grand Prix van 1969 in een bolide van John Maryon en was zo langzaam, dat hij pas 22 rondjes afgelegd had op het Mosport Park in de tijd dat de leiders het circuit al 46 keer rondgegaan waren. Hij bleek een levensgevaarlijke rijdende chicane en na een reeks incidenten op de baan, waaronder met Jackie Stewart, bleek voor de wedstrijdleiding de maat vol. Pease werd uit de race gehaald, iets waar hij zelf overigens alle begrip voor had. Toch moeten we ook een nuance plaatsen bij dit verhaal, want de allerslechtste coureur uit de autosporthistorie was Pease zeker niet. In Canada was hij zelfs dusdanig succesvol, dat hij een plek gekregen heeft in de Canadian Motorsport Hall of Fame. Hij reed zijn beruchte Formule 1-race in Canada in 1969 op 47-jarige leeftijd, op verzoek van sponsor Castrol, is een veel te oude en ongeschikte auto.

Wie dan wel de allerslechtste coureur in een Formule 1-auto ooit was? Misschien wel Chanoch Nissany, een andere gelukszoeker die puur dankzij zijn geld in de sport belandde. Nissany, een in Hongarije geboren Israëliër, was een succesvolle zakenman en bedacht op een bepaald moment dat hij het leuk vond om te gaan racen. Dat hij toen al tegen de veertig liep en geen talent had, deed voor hem nauwelijks ter zake. Nissany had poen zat en kocht de racestoeltjes die hij wilde. Zo belandde hij in 2004, twee jaar nadat hij in de autosport gestapt was, in de Formule 3000. Hij werd de eerste Israëliër in deze prestigieuze opstapklasse naar de Formule 1 en hoewel hij er natuurlijk helemaal niets van bakte, mocht hij instappen voor Formule 1-tests bij de teams van Jordan en Minardi.

Bij Minardi werd hij vervolgens zelfs aangesteld als officiële testcoureur voor het seizoen 2005. Het leidde ertoe dat hij één keer mocht opdraven tijdens een Grand Prix-weekend. Op 29 juli 2005, de dag van zijn 42ste (!) verjaardag, reed Nissany de eerste vrije training voor de Grand Prix van Hongarije. Hij was bijna dertien seconden langzamer dan de snelste auto's op het circuit en beëindigde de sessie in de grindbak, maar dat mocht de pret voor de zakenman niet drukken. Het kostte wat miljoentjes, maar Nissany was even Formule 1-coureur. Na dit optreden in Hongarije verdween hij uit de sport, maar het toeval wil dat ook deze voormalig paydriver een zoon heeft die momenteel opklimt op de internationale autosportladder. Roy Nissany, 21 jaar oud, werd het afgelopen seizoen dertiende in de Formule Renault 3.5. De centjes van papa hebben ongetwijfeld geholpen om hem in de autosport te krijgen, maar één ding is al zeker: zo talentloos als zijn vader is Roy Nissany zeker niet.

Een Grand Prix reed Chanoch Nissany niet, waardoor hij vermoedelijk snel vergeten zal worden. Datzelfde geldt niet voor Taki Inoue. De Japanner geldt als cultheld, niet in de laatste plaats omdat hij onlangs op zichzelf stemde bij een poll wie de slechtste coureur ooit in de Formule 1 was. Inoue mocht in november 1994 bij Simtek debuteren in de Formule 1 en sleepte na deze ene race een contract bij Footwork in de wacht voor het jaar erop. Hij maakte het seizoen vol en finishte slechts vijf keer. Legendarisch zijn vooral de bizarre ongelukken van Inoue geworden. Zo werd hij op de zaterdagochtend van de Grand Prix van Monaco, terwijl hij zittend in zijn auto terug gesleept werd naar de pits, aangereden door de safety car. De auto van Inoue sloeg over de kop en de Japanner mocht van geluk spreken dat hij zijn helm weer opgedaan had, anders had hij het ongeluk mogelijk niet na kunnen vertellen. Later in dat seizoen, in Hongarije, werd hij ook nog eens aangereden door een medical car. Dit gebeurde nadat hij uit zijn auto gestapt was en met een brandblusser in zijn hand terug naar zijn bolide liep. Hij zag hierbij de auto van de doktoren over het hoofd, belandde op de motorkap en zakte vervolgens live op tv op het gras ineen.

Inoue leek, ondanks al zijn fratsen, ook voor het seizoen 1996 een stoeltje te vinden. Hij tekende bij Minardi, maar de deal ketste af toen bleek dat zijn sponsors niet aan hun verplichtingen konden voldoen. Minardi koos eieren voor zijn geld en gaf daarom maar een talentvolle Italiaan de kans: Giancarlo Fisichella. Hij zou later uitgroeien tot drievoudig Grand Prix-winnaar, maar werd bij Minardi halverwege het seizoen weer aan de kant geschoven. De reden? Geld, natuurlijk. De veel tragere Giovanni Lavaggi, in 1995 al opgedoken bij Pacific, mocht het seizoen afmaken. Zonder succes natuurlijk, maar Minardi had weer genoeg geld om te overleven.

Want, hoe simpel het ook klinkt, zonder geld houdt alles op. Hoe goed of talentvol je als coureur ook bent, zonder voldoende financiële middelen kan het snel ophouden. Zelfs de allerbeste coureurs in de sport nemen sponsorgeld mee. "Hoeveel sponsorgeld denk je dat Fernando Alonso met zich meebracht door Banco Santander? Niet minder dan ik. Het enige verschil was dat ik niet goed genoeg was voor de Formule 1", zei Inoue in 2015 in een interview met Top Gear. Daarmee sloeg de Japanner de spijker op de kop.

Door: Roland Mather

[photo,279577,left,]

gedeeld
reacties
Palmer blij met Renault: "Hier droomde ik van"

Vorig artikel

Palmer blij met Renault: "Hier droomde ik van"

Volgend artikel

Chester acht akkoord over auto voor 2017 nog steeds mogelijk

Chester acht akkoord over auto voor 2017 nog steeds mogelijk
Laad reacties