Column: Waarom de F1-kampioen van 2026 nog steeds een echte kampioen is
Motorsport.com-journalist Erwin Jaeggi stelt dat het te ver gaat om te zeggen dat de kampioen van 2026 geen echte F1-kampioen meer is, zoals sommigen suggereren na de eerste races onder de nieuwe regels.
Onder een poll die we recent op Motorsport.com plaatsten over de nieuwe Formule 1-regels, stond de volgende reactie: "Lando Norris is de laatste echte F1-kampioen, want dit is geen Formule 1 meer." Een ander schreef: "Vanaf nu kan geen enkele kampioen zich nog onder de groten scharen, want de skills van de coureurs komen er niet meer aan te pas."
Het is een sentiment dat je de laatste weken vaker hoort. De nieuwe generatie auto's vraagt om een andere manier van racen en energiebeheer speelt daarin een grotere rol. Coureurs moeten veel lift-and-coast toepassen en de races - en de kwalificaties trouwens ook - ogen daardoor anders dan veel fans gewend zijn. Voor sommigen voelt dat alsof er iets fundamenteels verloren is gegaan.
De vraag wat de Formule 1 eigenlijk moet zijn - en of we nog wel vermaakt worden - is daarbij een terechte discussie, en eentje die ook binnen onze eigen redactie wordt gevoerd (zie ook de column van Jules de Graaf over hoe de sport zichzelf steeds opnieuw uitvindt). Maar dat is niet helemaal dezelfde vraag als of een kampioen nog een echte kampioen is. Want voordat we die conclusie trekken, moeten we eerst terug naar de kern van de sport.
En die kern is helder: de Formule 1 heeft altijd gedraaid om coureurs die de limiet opzoeken. Zo laat mogelijk remmen. Zo vroeg mogelijk op het gas. Een auto die op het randje van controle door een snelle bocht wordt gesmeten. Dat is het beeld waar generaties fans verliefd op zijn geworden. Dat hoort bij de sport.
Maar de Formule 1 is altijd meer geweest dan alleen dat. Het gaat niet alleen om het vinden van de limiet van de coureur, maar ook om het vinden van de limiet van de machine, het maximaliseren van wat er technisch mogelijk is onder de dan geldende regels en het vermogen van rijders en teams om het maximale te halen uit het materiaal dat ze hebben.
Max Verstappen en Red Bull beleven een lastig begin van het seizoen in 2026.
Foto door: Guido De Bortoli / LAT Images via Getty Images
Dat is ook precies waarom de Formule 1 niet alleen een wereldkampioenschap voor coureurs kent, maar ook een constructeurskampioenschap. De sport is altijd een samenspel geweest tussen mens en machine. Het gaat niet alleen om wie het hardst kan rijden, maar ook om welk team de beste auto bouwt, de slimste oplossingen vindt en het pakket als geheel het beste weet te benutten. De coureur is daarin de beslissende factor op de baan, maar succes in de Formule 1 is nooit uitsluitend het werk van één persoon geweest.
In de geschiedenis van de Formule 1 (en hiervoor verwijs ik je opnieuw graag naar de column van Jules eerder deze week) veranderde het spel bij elke grote reglementswijziging en technologische revolutie. En daarmee ook het pakket aan vaardigheden dat een coureur nodig heeft om succesvol te zijn. Soms ligt de nadruk meer op pure agressie achter het stuur, soms op finesse, energiebeheer en strategisch inzicht. Maar dat betekent niet dat de coureurs ineens minder goed zijn en de kampioenen van mindere kwaliteit.
De beste rijders zijn namelijk altijd degenen geweest die zich het snelst aanpassen. Coureurs die begrijpen wat een auto nodig heeft, hun rijstijl kunnen veranderen en samen met hun engineers de grenzen van het pakket blijven opzoeken. Niet alleen op de baan, maar ook in de afstelling. Daarom voelt het ook te makkelijk om nu al te stellen dat een kampioen onder deze regels geen 'echte' kampioen kan zijn.
Je kunt discussiëren over het spektakel, en de Formule 1 moet ook oppassen dat het niet doorslaat in extreem lift-and-coast-racen of energiebeheer dat het racen onnatuurlijk of zelfs gemaakt doet overkomen. Als het publiek het gevoel krijgt dat coureurs voortdurend worden afgeremd door hun systemen, dan is dat een probleem waar de sport serieus naar moet kijken. Die balans tussen mens en machine is cruciaal en mag niet te ver doorslaan naar vooraf geprogrammeerde systemen, waardoor de coureur vooral een uitvoerder wordt van wat al is vastgelegd. Maar zelfs binnen zulke beperkingen blijft één vraag altijd centraal staan: wie haalt het maximale uit het pakket dat hij krijgt?
En daarmee samenhangend: wie begrijpt de auto het beste? Wie kan zich het snelst aanpassen? Wie vindt de grens tussen snelheid, energie en bandenmanagement? Dat alles vraagt nog steeds aanzienlijke skills. De regels bepalen hoe het spel gespeeld wordt, maar de groten van de sport zijn altijd degenen geweest die dat spel het beste spelen. En dat zal nu niet anders zijn.
Abonneer en krijg toegang tot Motorsport.com met je adblocker
Van Formule 1 tot MotoGP: we brengen het laatste nieuws, diepgaande analyses en exclusieve interviews rechtstreeks uit de paddock. Om ons vak zo goed mogelijk uit te kunnen voeren, worden er op de website advertenties getoond. We merken op dat je een adblocker gebruikt en willen je vragen om deze uit te zetten. Daarnaast geven we je de mogelijkheid om abonnee te worden en voor een klein bedrag te genieten van een advertentievrije website.
Beste reacties