Analyse: De stand van zaken in de motorendiscussie

Verloren gegaan in alle drukte rondom het nieuwe kwalificatieformat van de Formule 1, is het nieuws over de vooruitgang in de onderhandelingen over de krachtbronnen voor de komende jaren.

Eind vorig jaar dreigde de FIA met de introductie van een standaardmotor, om de grote fabrikanten ertoe te dwingen de kleinere teams tegemoet te komen. De vier motorenleveranciers besloten de voornaamste probleempunten zelf aan te willen pakken, in ruil voor het uitblijven van een standaardmotor. Al maanden wordt er onderhandeld en er ligt nog steeds geen definitief plan op tafel. De FIA liet afgelopen woensdag weten dat ‘een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de FIA, de commerciële rechtenhouder, motorenleveranciers en klantenteams verder werken aan het bereiken van overeenstemming over een plan dat op 30 april 2016 gereed moet zijn.’

Machtspelletje

De gesprekken komen voort uit het feit dat FIA-president Jean Todt de prijzen voor klantenmotoren te hoog vond voor kleine teams. Bernie Ecclestone vond het maar niets dat de fabrikanten weigerden krachtbronnen te leveren aan concurrenten, zoals afgelopen jaar met Red Bull het geval was. Voor de verandering hebben Ecclestone en Todt eens hetzelfde belang, zij het vanuit verschillende perspectieven. Het grotere plaatje laat zien dat eerstgenoemde vooral de politieke macht van de fabrikanten – en voornamelijk Mercedes en Ferrari – wil inperken.

Wat al bekend is, is dat – als onderdeel van de deal – het tokensysteem wordt afgeschaft. De fabrikanten mogen de motor naar wens ontwikkelen, en zoveel geld over de balk gooien als zij zelf prefereren. Doordat de prijs van de motoren voor klantenteams vast staat, kunnen zij de investeringen niet doorberekenen. Er wordt echter nog onderhandeld over de details van deze plannen, aangezien het sportief reglement zich in deze kwestie begeeft op commercieel terrein.  

Het feit dat een fabrikant gedwongen kan worden een bepaald team van motoren te voorzien, tegen een lage prijs, zint hen niet. “Het is een complex systeem. Alles dat gerelateerd is aan de omstandigheden of de wijze waarop de hele klanten/leverancier-relatie werkt is ingewikkeld”, zei Renault Sport motorenman Cyril Abiteboul tegenover Motorsport.com. “We begrijpen wat de FIA en de commerciële rechtenhouder willen beschermen. Zij willen er zeker van zijn dat er stabiliteit is op de grid. Dat houdt in dat alle teams een motor nodig hebben, ongeacht hun identiteit. En zij willen ervoor zorgen dat het commercieel betaalbaar is. Er geldt echter ook een aantal wetten, met name op sportief gebied, die aangepast moeten worden. We moeten dus extreem voorzichtig zijn, de lijn waarop we balanceren is heel erg dun.”

Marktwerking

Abiteboul blijft op zijn hoede voor de invoering van complexe beperkingen. Volgens hem bepaalt de markt vanzelf wat er gebeurt wanneer een van de fabrikanten beter presteert. Met andere woorden: teams hebben meer keuze en Ferrari en Mercedes mogen geen gigantische sommen geld vragen voor het leveren van hun motoren: “Als voornamelijk Renault en Honda beter werk leveren op de baan, en het verschil verkleinen, dan is dat het einde van alle problemen. Er is dan geen noodzaak meer voor een complexe overeenkomst. Teams willen dan elke motor gebruiken. Dat is het begin van de marktwerking. Het is veel beter om een vrije markt te hebben. Maar om een echte vrije markt te hebben, moeten de producten zo dicht mogelijk bij elkaar zitten. Dat is momenteel niet het geval.”

De positie van Mercedes

Bronnen hebben laten doorschemeren dat Mercedes graag de richting van de reglementen bepaalt. Tijdens de vergadering van afgelopen week werden zij er echter op gewezen al over drie klantenteams te beschikken met een contract voor de lange termijn. In theorie zou de fabrikant uit Stuttgart dus minder beïnvloed worden door reglementswijzigingen dan de concurrentie. Een rivaliserende teambaas suggereerde dat Toto Wolff de bestaande contracten moet beëindigen en opnieuw moet beginnen. Dat zag Abiteboul ook niet zitten: “Mercedes probeert enkel goed werk te leveren en hun voordeel te beschermen. Dit gaat geen enorme invloed hebben op de positie die zij hebben opgebouwd. Het kan wel de prijs voor onafhankelijke teams verlagen, en ervoor zorgen dat Red Bull niet nogmaals in de positie van afgelopen jaar terecht komt.”

“We moeten echter ook niet vergeten waardoor zij in die positie terecht zijn gekomen…”

Schrijf een reactie
Geef reacties weer
Over dit artikel
Raceklassen Formule 1
Artikel type Analyse
Tags cyril abiteboul