Achtergrond: landen met één vertegenwoordiger in F1

Qua afkomst verschijnt Manor Racing dit jaar met een bijzondere line-up op de grid. Waar Pascal Wehrlein - hij rijdt weliswaar onder Duitse vlag - de eerste coureur met Mauritiaanse roots in de Formule 1 is, daar is zijn teamgenoot Rio Haryanto de eerste Indonesiër ooit in de hoogste autosportklasse. Indonesië wordt het 39ste land in de F1, waarvan er acht slechts één vertegenwoordiger hebben gehad.

Thailand - prins Bira van Siam

Twee niet-Europeanen stonden er op 13 mei 1950 op Silverstone op de grid voor de eerste Formule 1-race ooit: niemand minder dan Juan Manuel Fangio uit Argentinië én een Thai. Birabongse Bhanudej Bhanubandh, beter bekend als prins Bira van Siam, was in dat jaar één van de coureurs van Maserati. Dankzij een vijfde plaats in Monaco en een vierde in Zwitserland eindigde de prins met vijf punten als achtste in de WK-stand, maar met uitzondering van een vierde plek in Frankrijk in 1954 bleven goede resultaten daarna uit. In 1955, na negentien GP-starts, verdween hij uit de sport. Tot op de dag van vandaag wacht Thailand nog op een opvolger in de F1 voor de in 1985 overleden prins, die na zijn raceloopbaan overigens als zeiler naar vier Olympische Spelen mocht. Succes had hij daar evenmin.

Marokko - Robert La Caze

Ook voor de enige Marokkaan in de Formule 1 moeten we terug naar de jaren '50. Hoewel, Marokkaan. Het was Parijs waar Robert La Caze het levenslicht zag, maar hij was al jaren in Noord-Afrika als autocoureur actief toen hij in 1958 met een Cooper-Climax meedeed aan de Grand Prix van Marokko en daarom reed hij onder Marokkaanse vlag. La Caze eindigde als veertiende, in wat zijn enige optreden in de F1 zou blijven. Foto's daarvan hebben we helaas niet. La Caze overleed op 1 juli 2015 op 98-jarige leeftijd. Tot dat moment was hij de oudste F1-coureur die nog in leven was. Deze status is nu in handen van André Guelfi (96), die juist in Marokko is geboren maar uitkwam voor Frankrijk. Ook Guelfi reed één race in de Formule 1. En wel uitgerekend de Marokkaanse GP in 1958. Hij werd vijftiende, achter La Caze.

Liechtenstein - Rikky Von Opel

In het begin van de jaren zeventig had Liechtenstein zo'n 22.500 inwoners, maar één van hen reed wel in de Formule 1. Rikky Von Opel is geboren in New York, maar groeide op in het dwergstaatje dat destijds als belastingparadijs bekend stond. Want aan geld geen gebrek in huize Von Opel. Rikky Von Opel is de achterkleinzoon van Adam Opel, de oprichter van het bekende Duitse automerk. Zijn familie keurde de racecarrière van Von Opel aanvankelijk af en daarom racete hij onder het pseudoniem 'Antonio Bronco', maar na het winnen van het Brits Formule 3-kampioenschap in 1972 nam hij zijn eigen naam weer aan. Hij reed tien races in de F1, maar echt snel was hij niet. Nadat Von Opel zich in 1974 niet wist te kwalificeren voor de Franse GP hield hij de eer aan zichzelf en verdween hij in de anonimiteit.

Chili - Eliseo Salazar

Eliseo Salazar. Als u bij het lezen van die naam gelijk aan Nelson Piquet moet denken, dan is dat logisch. In de Duitse Grand Prix van 1982 kwamen de twee met elkaar in botsing, nadat raceleider Piquet Salazar op een ronde achterstand wilde zetten. De toen regerend wereldkampioen was daar zo boos over, dat hij met zijn continentgenoot, toch een goede vriend van hem, op de vuist ging. Salazar staat verder niet bekend om zijn snelheid, maar scoorde wel drie WK-punten: één op Zandvoort in 1981 en twee op Imola, een jaar later. Aan die laatste race deden vanwege een ruzie tussen een groot deel van de teams en FIA-voorloper FISA wel maar veertien rijders mee. Vanwege economische problemen in zijn land (waar hebben we dat meer gehoord?) verliet Salazar de F1 in 1983.

Tsjechië - Tomas Enge

Omdat Luciano Burti in 2001 op Spa met een rotvaart de bandenstapels bij Blanchimont inschoot en dat seizoen niet meer in actie kon komen, maakte Tomas Enge twee weken later op Monza bij Prost als eerste Tsjech ooit zijn debuut in de Formule 1. De coureur uit Liberec wist niet te imponeren. Hij was steevast beduidend langzamer dan teammaat Heinz-Harald Frentzen, die na zijn ontslag bij Jordan eveneens pas laat in het seizoen was ingestapt bij Prost. Het F1-avontuur van Enge duurde slechts drie GP's. Daarna reed hij nog in verschillende raceklasses, maar hij haalde vooral het nieuws met twee positieve dopingtests. In 2002 werd hij betrapt op marihuanagebruik, wat hem in feite de titel in de Formule 3000 kostte. Tien jaar later testte Enge weer positief, maar na die schorsing reed hij in 2014 nog wel in de Blancpain GT Series.

Maleisië - Alex Yoong

In de Italiaanse Grand Prix in 2001 stonden er niet één, maar twee nieuwe nationaliteiten op de grid. Ook bij Minardi was er een rijderswissel. De kleine renstal uit Faenza maakte gebruik van de clausule in het contract van Tarso Marques om de Braziliaan, die geen geld meenam voor zijn zitje, te vervangen door een rijder met een groter sponsorbudget. Dat was de Maleisiër Alex Yoong, zoon van een Britse moeder en een Maleisische vader met Chinese roots. De rijder uit Kuala Lumpur kon rekenen op de miljoenen van het door de overheid gesteunde Magnum, maar wist op het circuit nooit te overtuigen. Voor drie van de achttien Grands Prix wist hij zich niet te kwalificeren en hij was vrijwel altijd langzamer dan zijn teamgenoten, al waren dit wel Fernando Alonso en Mark Webber. Na zijn F1-loopbaan had Yoong met vier zeges meer succes in de A1GP. Tegenwoordig werkt hij als analist bij FOX Sports Asia.

Hongarije - Zsolt Baumgartner

De Hungaroring bij Boedapest is inmiddels niet meer weg te denken van de Formule 1-kalender, maar wat coureurs betreft valt het tegen voor Hongarije. Zsolt Baumgartner bereikte als enige Hongaar de F1. Zijn debuut was uitgerekend voor eigen publiek, in 2003, bij Jordan als vervanger van de in de vrije training zwaar gecrashte Ralph Firman. Voor 2004 leek de rijder uit Debrecen op weg naar een fulltime racezitje bij Jordan, maar teambaas Eddie Jordan gaf uiteindelijk de voorkeur aan Nick Heidfeld en Giorgio Pantano. Daarop kreeg Baumgartner een contract aangeboden bij Minardi. Dat was zijn sponsor Mol Rt te min en haakte daarom af, maar dankzij massale donaties van fans en vanuit het bedrijfsleven kon Baumgartner toch plaatsnemen in de Minardi PS04. Zijn mooiste moment kwam op Indianapolis, waar hij met een achtste plaats het enige WK-punt uit zijn loopbaan scoorde.

Polen - Robert Kubica

De laatste rijder in dit overzicht, maar van het achttal wel met afstand de meest getalenteerde. Robert Kubica stapte halverwege 2006 bij BMW in als vervanger van Jacques Villeneuve en mocht al in zijn derde race, op Monza, naar het podium. Kubica bleef daarna indruk maken, met als hoogtepunt zijn zege in 2008 in Montreal, waar hij een jaar eerder nog hard was gecrasht. Na het vertrek van BMW uit de F1 vond Kubica voor 2010 onderdak bij Renault, waar hij opnieuw een vaste klant in de subtop was en meer uit de R30 haalde dan erin zat. Een zwaar ongeval in de rally van Andora in februari 2011 maakte echter een abrupt einde aan zijn veelbelovende F1-carrière. De man uit Krakow probeerde het daarna in het WRC. In 2013 won Kubica de WRC2-titel, maar op het hoogste niveau ontbraken de middelen om vooraan mee te strijden. Tot zijn eigen frustratie kreeg Kubica nooit de kans bij een fabrieksteam. De rally van Monte Carlo in januari van dit jaar is voorlopig zijn laatste WRC-optreden.

[photo,281100,left,]

gedeeld
reacties
Knock-out systeem in Formule 1-kwalificatie komt er definitief

Vorig artikel

Knock-out systeem in Formule 1-kwalificatie komt er definitief

Volgend artikel

Szafnauer: “Force India kan met Williams en Red Bull vechten”

Szafnauer: “Force India kan met Williams en Red Bull vechten”
Laad reacties