Overslaan naar hoofdinhoud

Aanbevolen voor jou

Sinds de invoering van de V6-tubomotor, twee en een half jaar geleden, staat er geen maat op de mannen van Mercedes. Van de vijftig races die er sinds Albert Park 2014 zijn verreden hebben Nico Rosberg en Lewis Hamilton 43 zeges verdeeld, slechts zevenmaal kwam er een winnaar tevoorschijn die niet in een zilveren wagen reed. Dit jaar is het toppunt: vooralsnog heeft Mercedes slechts één race niet weten te winnen. Maar hoe dominant is Das Haus eigenlijk? GPUpdate.net spit in de geschiedenis van de alleenheersers.

In de rijke, 67-jarige historie van de Formule 1 is het natuurlijk niet nieuw dat één team veel sterker is dan de rest: dat hebben we, kortgeleden nog (Red Bull), vaak genoeg gezien. Maar dat een stal gedurende drie jaar de touwtjes stevig in handen heeft, is andere koek. Er zijn slechts een paar teams geweest die dat hebben kunnen bewerkstelligen, en om tot een vergelijk te komen leggen we hun prestaties naast die van Mercedes. Ter verduidelijking: we zoeken teams die in drie achtereenvolgende seizoenen dominant waren.

Mocht Mercedes dit jaar de constructeurstitel grijpen, wat niet ondenkbaar is gezien hun voorsprong van 159 punten op nummer twee Red Bull, dan markeert het de zesde keer in de geschiedenis dat een team driemaal achtereen wereldkampioen wordt. Ferrari deed het tweemaal, McLaren, Williams en Red Bull allen een keer. De tweede reeks van Ferrari was het meest indrukwekkend: tussen 1999 en 2004 werd maar liefst zes keer het teamkampioenschap gewonnen.

Ferrari (1975 – 1977)

16 zeges in 46 starts (34,8%)

Na een kansloos 1973, waarin een Ferrari-onwaardig aantal van twaalf punten werd gescoord en de Scuderia het moest stellen met een zesde plaats in het WK, moest het roer om. Jacky Ickx en Arturo Merzario werden de wacht aangezegd, Clay Regazzoni keerde terug op het oude nest en nam BRM-stalgenoot Niki Lauda mee. Zijn Ferrari-debuut (Buenos Aires, 1974) bleek een voorbode voor de vier jaren waarin Lauda voor de Italianen uitkwam: in 1975 en 1977 werd de wereldtitel met overmacht gegrepen.

Dat Lauda in 1976 geen kampioen werd, kwam door het ongeluk dat de Oostenrijker had op de Nordschleife. Meer dood dan levend werd de hedendaagse teamleider van Mercedes uit zijn wagen getrokken, waarop hij de twee volgende races moest missen. De angst voor een nieuw ongeval noopte Lauda tot het staken van de slotrace op Fuji, waardoor James Hunt met de titel aan de haal ging. Ferrari wist dat jaar wél de constructeurstitel te veroveren.

McLaren (1988 – 1990)

31 zeges in 48 starts (64,6%)

Oke, McLaren werd viermaal achtereen kampioen (ook in 1991 ging de titel naar Woking), maar we zoeken de sterkste drie opeenvolgende jaren. Daar hebben we absoluut 1988 voor nodig: vijftien van de zestien races werden gewonnen door een McLaren, nog altijd een percentueel record. Ayrton Senna en Alain Prost worden nog altijd beschouwd als een van de, zoniet het, sterkste rijdersduo('s) allertijden.

Na het briljante 1988 sleepte men ook in 1989 een stevig aantal van tien overwinningen uit het vuur, na de overstap van Prost naar Ferrari werd er ingeleverd. Senna en McLaren werden in 1990 wel kampioen, maar het ging niet gepaard met de dominantie die het team in de twee jaren daarvoor beleefde.

Williams (1992 – 1994)

27 zeges in 48 starts (56,3%)

Het derde team dat een reeks van drie opeenvolgende titels kan overleggen is Williams. Waar er in 1992 en '93 met harde hand werd geregeerd, zag men in 1994 de doorbraak van Michael Schumacher in zijn Benetton. De Duitser voorkwam dat Williams hun statistieken nog sterker kon maken, al droeg de tragische dood van Senna daar ook aan mee. Het jaar leverde de minste zeges op: Nigel Mansell en Damon Hill verdeelden zeven overwinningen.

Twee jaar eerder was Mansell de te kloppen man: in 1992 pakte de Brit vijftienmaal (!) de pole, negen keer won hij een race. Een jaar later was het de beurt aan Prost, die zijn vierde titel won bij Williams. Le Professeur deed het met zeven zeges ook niet verkeerd. Patrese (eenmaal) en Hill (driemaal) droegen bij aan het succes. De actieve wielophanging was, in combinatie met een briljante traction control, een belangrijke steun voor de formatie uit Grove.

Ferrari (2002 – 2004)

38 zeges in 51 starts (74,5%)

Van de zes titels die er tussen 1999 en 2004 naar Maranello gingen, waren de jaren 2002 – 2004 de sterksten, opeenvolgend gezien. In 2003 moest Schumacher (voor zijn doen) veel zeges afstaan aan onder anderen broertje Ralf, diens teamgenoot Juan Pablo Montoya en ijskonijn Kimi Raikkonen: daarvoor en daarna werd met harde hand geregeerd.

Vijftien zeges in één jaar: het leek een utopie, voordat McLaren het in 1988 deed. Ferrari deed het tot twee keer toe dunnetjes over, al hadden zij daar wel meer Grands Prix voor: in 2002 en in 2004 beklom vijftien maal een rijder in een Ferrari-overall het bovenste treetje. Rubens Barrichello fungeerde als kruimeldief in gevallen dat Schumacher een zeldzame offday had: in die drie jaren won de Braziliaan acht keer, vijf keer eindigde Schumacher achter hem als tweede.

Red Bull (2011 – 2013)

32 zeges in 58 starts (55,2%)

Sebastian Vettel is, ondanks de spijkerharde dominantie van Mercedes in het huidige startveld nog steeds de coureur met de meeste wereldkampioenschappen achter zijn naam, al zal Hamilton daar dit jaar graag verandering in brengen. De Duitser pakte vier titels in successie: de jaren 2011 – 2013 zijn voor de dominantie het interessantste.

Als Rosbergs winstreeks niet gestopt was na de GP van Rusland, maar tot en met de wedstrijd in Monaco had geduurd, dan pas had de kampioenszoon op gelijke hoogte gestaan met Vettel. Zijn landgenoot had in 2013 een reeks van negen zeges, hij werd mede daardoor met overmacht kampioen. Ook in 2011 won Baby Schumi vaak: de elf overwinningen van dat jaar vielen in het niets bij de dertien van 2013. Het gemiddelde wordt echter naar beneden gehaald door het 'mindere' 2012, waarin slechts zevenmaal werd gewonnen (vijf keer Vettel, twee keer Mark Webber).

Mercedes (2014 – heden)

43 zeges in 50 starts (86%)

N.B.: het seizoen kent nog 9 Grands Prix

Het getal zegt genoeg. Mercedes hoeft in de komende negen races nog maar één race te winnen om percentueel gezien het dominantste team ooit te worden, over een looptijd van drie jaar. Hamilton won in de afgelopen twee en een half jaar 27 keer, Rosberg zegevierde zestien keer. Goed, er worden tegenwoordig meer races gereden dan vroeger, maar het aantal keer dat Mercedes niet wint is bijzonder laag: Max Verstappen was vooralsnog de enige wie het lukte in 2016. Hoe dominant Mercedes is? Schrikbarend dominant. 

Door: René Oudman

Net binnen

Vorig artikel Tech rapport: Ferrari's zoektocht naar antwoorden over downforce
Volgend artikel Hamilton: "Motor in tweede of derde ronde al teruggeschroefd"

Beste reacties