Formule 1
Formule 1
31 jul.
Evenement is afgelopen
14 aug.
Evenement is afgelopen
28 aug.
Evenement is afgelopen
03 sep.
Evenement is afgelopen
11 sep.
Evenement is afgelopen
09 okt.
Volgend evenement over
18 dagen
23 okt.
Volgend evenement over
32 dagen
31 okt.
Volgend evenement over
40 dagen
13 nov.
Volgend evenement over
53 dagen
R
GP van Sahkir
04 dec.
Volgend evenement over
74 dagen
Volledige:

Achtergrond: De duizendste GP-start van Ferrari

gedeeld
reacties

Ferrari verschijnt zondag op het eigen circuit Mugello voor de duizendste keer aan de start van een Grand Prix Formule 1. De Scuderia is de enige renstal die aan alle 71 Formule 1-seizoenen heeft meegedaan en onmiskenbaar de meest succesvolle.

Achtergrond: De duizendste GP-start van Ferrari
Door:
, Redacteur

109 Ferrari-piloten reden in de afgelopen zeventig jaar 238 zeges, 772 podiums, 16 constructeurstitels en 15 coureurskampioenschappen bijeen. In bijna een kwart van alle races waarin een Ferrari startte, vertrok een van de rode bolides uit Maranello vanaf pole position (228 keer) en 254 keer noteerde het team de snelste raceronde.

Uiteraard begon het avontuur van de Scuderia Ferrari al ver voor 1950. Enzo Ferrari was al in de jaren dertig actief als teambaas, bij autofabrikant Alfa Romeo. Zijn Scuderia Ferrari was het officiële (uiterst succesvolle) raceteam van Alfa, maar een verschil van inzicht zorgde voor ruzie. Ferrari mocht vier jaar lang geen eigen raceteam beginnen, maar na de Tweede Wereldoorlog werd die ban gelift en dus kon Il Commendatore dan eindelijk zijn eigen renstal met zelf gebouwde auto’s beginnen.

Jaren '50: hoopvol begin

Toen op 13 mei 1950 het WK Formule 1 op Silverstone officieel van start ging was Ferrari er echter nog niet bij. Er was onenigheid over de startgelden en dus volgde het F1-debuut van de Noord-Italiaanse stal pas tijdens de tweede race van het seizoen: de Grand Prix van Monaco. Het werd geen doorslaand succes. Enzo moest tandenknarsend toezien hoe zijn coureurs Luigi Villoresi, Alberto Ascari en Raymond Sommer het onderspit delfden tegen het verfoeide Alfa Romeo en Juan Manuel Fangio. Ascari werd tweede en dus viel er wel iets te vieren bij Ferrari, maar het echte feest begon pas toen Alfa Romeo na 1951 de Formule 1 voor gezien hield. In 1952 en 1953 domineerde Ferrari de sport: Ascari won in die jaren elf van de vijftien races (de Indy 500 niet meegerekend) en werd de eerste wereldkampioen in een Ferrari. Na twee ietwat mindere jaren werd in 1956 weer een titel bijgeschreven. Fangio kwam over van Mercedes, werd kampioen met Ferrari en vertrok weer naar Maserati. Met nog een titel in 1958, dit keer voor Mike Hawthorn, kon Ferrari na negen seizoenen al vier kampioenschappen overleggen.

Jaren '60: Afleiding in Le Mans

Maar tijden zouden veranderen. De Engelse 'Garagisti' – kleine renstallen gerund door liefhebbers zonder fabriekssteun – namen de sport over. Teams als Vanwall, BRM, Lotus en Cooper bouwden geniale lichte auto’s waar de zware Ferrari’s het keer op keer tegen aflegden. Na kampioenschappen voor Jack Brabham en Cooper kende Ferrari in 1961 een korte opleving. Phil Hill pakte met de iconische Ferrari 156 ‘sharknose’ de coureurstitel. Ook behaalde de Scuderia haar eerste constructeurstitel, een prijs die pas in 1958 in het leven was geroepen. Die dubbelslag werd in 1964 herhaald, maar verder waren het magere jaren voor Ferrari. Het team won slechts drie races in zes seizoenen, wisselde om de haverklap van coureurs en was eigenlijk drukker bezig met de 24 uur van Le Mans en de strijd tegen Ford.

Jaren '70: herstelwerkzaamheden

Pas halverwege de jaren zeventig onder leiding van Luca di Montezemolo en met behulp van Niki Lauda werd de weg naar boven weer gevonden. Ondanks het zware ongeluk van de Oostenrijker in 1976 werden tussen 1975 en 1979 vier constructeurstitels aan de prijzenkast toegevoegd. Het drama van Lauda tekende de duistere kant van Enzo Ferrari. Waar Lauda hem zijn eerste titels in meer dan tien jaar bezorgde, had Ferrari na Lauda's crash binnen een aantal dagen al een vervanger klaarstaan. Lauda liet vanuit zijn ziekenhuisbed weten zo spoedig mogelijk terug te keren in de wagen. En inderdaad, na een luttele zes weken reed de Oostenrijker alweer rond op het circuit van Monza. Met behalve vaste teamgenoot Clay Regazzoni ook Reutemann naast hem in de pitbox, dat dan wel. Het leidde het voortijdige vertrek van Lauda bij de Scuderia in.

Jaren '80: aanvankelijk succes gevolgd door neergang

Ondanks dat er geen individueel titelsucces was, mocht de prijzenkast in Maranello worden uitgebreid met de constructeursbekers van 1982 en 1983. Patrick Tambay en René Arnoux waren degelijke rijders, maar tegen Nelson Piquet en Alain Prost waren ze niet opgewassen. Toen die laatste naar McLaren ging was het feest definitief over: Prost behaalde bij de Engelse stal drie titels, waar zijn teamgenoten er ook twee wegkaapten. Dat gecombineerd met het lange verblijf van Williams aan de top zorgde er voor dat Ferrari langzamerhand slechts het derde, soms zelfs vierde team werd. Aan het einde van de jaren tachtig ging het dan wel iets beter met overwinningen voor Gerhard Berger en Nigel Mansell, maar een gooi naar de titel bleek te ambitieus. Even leek het er op dat met de komst van Prost alles zou veranderen, maar het befaamde incident met Ayrton Senna op Suzuka gooide roet in het eten. 1991 bleek een zware teleurstelling. De Franse vedette werd zelfs twee races voor het einde van het seizoen op straat gezet omdat hij z'n auto een 'hok' had genoemd. Ferrari zette de gang naar beneden weer in en won in de volgende vier seizoenen maar twee races.

Jaren '90: de komst van de verlosser

Berger en Jean Alesi waren aardige kerels die het prima met elkaar konden vinden, maar echt kampioensmateriaal was het duo niet. Het moest anders in Maranello, er was een sterke coureur nodig die het team naar de hand kon zetten en weer aan een titel kon helpen. Tweevoudig wereldkampioen Michael Schumacher werd voor grof geld bij Benetton weggehaald, en ongeveer de halve technische staf (waaronder kopstukken Ross Brawn en Rory Byrne) verhuisde met hem mee. Er moest in 1996-'97 gezaaid en vanaf '98 geoogst worden, zo was het plan. Dat plan liep echter spaak door een zeer sterk McLaren-team dat met Mika Hakinnen twee keer wereldkampioen werd. Toch kwam er iets later dan gedacht, een doorbraak.

Jaren '00: oogsten

Schumacher schreef vanaf 2000 maar liefst vijf titels achtereen op zijn naam, eindelijk keerde de kampioensbokaal weer terug in Maranello. Met name in de jaren 2002 en 2004 was de Duitser onnavolgbaar: in 2004 won hij twaalf van de eerste dertien races. Schumacher is Ferrari en Ferrari zal altijd Schumacher blijven, de combinatie leverden dusdanig veel succes op dat het de vraag is of het ooit geëvenaard zal worden. 73 overwinningen en vijf titels: het kan minder. Na het vertrek van de legende sleepte Kimi Raikkonen in zijn eerste Ferrari-seizoen gelijk weer een kampioenschap in de wacht, de zestiende en tot dusver laatste van de Scuderia.

Jaren '10: wederom terugval

Ondanks dat Felipe Massa (2008) en Fernando Alonso (2010, 2012) heel dichtbij kwamen, zit Ferrari nu ook alweer dertien jaar zonder hoofdprijs. Ook Sebastian Vettel die in 2015 als viervoudig wereldkampioen werd binnengehaald kon het tij niet keren. Velen dachten dat Ferrari met de coureur uit Heppenheim de nieuwe Schumi had binnengehaald en hoewel Vettel zijn uiterste best deed en het team vier tweede en één derde plaats in het constructeurskampioenschap bracht, bleven nieuwe titels uit. Eerder dit jaar besloot Ferrari dan ook afscheid te nemen van de 33-jarige coureur en zich met Charles Leclerc en Carlos Sainz te richten op de jeugd en de toekomst. Of dat de juiste keuze is geweest, zullen we pas mogelijk tegen de 1100ste race van de Scuderia weten.

Constructeurstitels (16):

1961, 1964, 1975, 1976, 1977, 1979, 1982, 1983, 1999, 2000, 2001, 2002, 2003, 2004, 2007, 2008

Coureurstitels (15):

Alberto Ascari (1952, 1953), Juan Manuel Fangio (1956), Mike Hawthorn (1958), Phil Hill (1961), John Surtees (1964), Niki Lauda (1975, 1977), Jody Scheckter (1979), Michael Schumacher (2000, 2001, 2002, 2003, 2004), Kimi Raikkonen (2007)

Wolff nog steeds tegen reverse grid: 'F1 is geen realityshow'

Vorig artikel

Wolff nog steeds tegen reverse grid: 'F1 is geen realityshow'

Volgend artikel

Verstappen hoopvol voor race: “Hebben een vrij goede topsnelheid”

Verstappen hoopvol voor race: “Hebben een vrij goede topsnelheid”
Laad reacties