Special feature

Deze 10 F1-coureurs werden eerder slachtoffer van harde aanpak Red Bull

Met het nieuws van het vroegtijdige vertrek van Nyck de Vries bij AlphaTauri heeft de harde hand van Red Bull opnieuw een slachtoffer geëist. De Nederlander is echter niet de eerste coureur die door de energiedrankgigant aan de kant is gezet wegens tegenvallende prestaties. Motorsport.com zet tien coureurs op een rij die De Vries voor gingen.

Pierre Gasly, Alpha Tauri en Alex Albon, Red Bull Racing

Als voor het opleidingstraject van Red Bull al geldt dat coureurs aan hoge standaarden moeten voldoen, dan geldt dat al helemaal als rijders in de Formule 1 voor het merk uitkomen. Adviseur Helmut Marko heeft er geen enkel probleem mee om hard in te grijpen, zoals dinsdag nog maar eens duidelijk werd toen Nyck de Vries na tien races de deur werd gewezen bij AlphaTauri. Het laat enerzijds zien dat alleen het beste goed genoeg is voor Red Bull Racing en haar zusterteam, al zijn er nu ook twijfels of Red Bull de Nederlander wel een eerlijke kans heeft gegeven. Het staat in ieder geval vast dat De Vries niet de eerste is die heeft kennisgemaakt met de harde aanpak van de energiedrankgigant.

Christian Klien

De eerste Formule 1-coureur die de meedogenloosheid van Red Bull heeft ervaren, is Christian Klien. De Oostenrijker debuteerde in 2004 in de koningsklasse bij Jaguar, dat in 2005 overging in Red Bull Racing. Ondanks twee puntenfinishes in de eerste twee races werd hij al na drie races vervangen door reserve Vitantonio Liuzzi. Omdat de Italiaan in zijn vier optredens ook niet aan de verwachtingen voldeed, keerde Klien in Canada terug door opnieuw in de punten te eindigen. Ditmaal mocht hij de rest van het seizoen aanblijven, om vervolgens ook in 2006 voor het team te rijden. De inmiddels 40-jarige coureur uit Hohenems zou dat seizoen echter ook niet afmaken: na slechts twee puntenfinishes werd Klien drie races voor het einde aan de kant gezet en vervangen door Robert Doornbos.

Scott Speed

Dat ook Amerikaanse coureurs niet gespaard worden door Marko en de zijnen, blijkt wel uit het verhaal van Scott Speed. Bij het debuut van Toro Rosso in 2006 werd de coureur uit Manteca gekozen als de teamgenoot van Liuzzi. De Italiaan zou in 2006 het enige punt van de renstal uit Faenza scoren, maar desondanks mochten beide coureurs aanblijven voor het F1-seizoen 2007. Voor Speed kwam die jaargang vroegtijdig ten einde, want na tien voor het team puntloze races werd hij geslachtofferd ten faveure van Sebastian Vettel. Overigens schoot de Amerikaan zichzelf daarvoor ook al in de voet door Toro Rosso publiekelijk te bekritiseren. Ook zou hij een fysieke aanvaring hebben gehad met Franz Tost, iets wat de teambaas echter heeft ontkend.

Scott Speed werd in 2007 na tien races geslachtofferd bij Toro Rosso.

Scott Speed werd in 2007 na tien races geslachtofferd bij Toro Rosso.

Foto: Sutton Images

Sebastien Bourdais

Eind 2007 moest ook Liuzzi het veld ruimen bij Toro Rosso, zodat viervoudig Champ Car-kampioen Sebastien Bourdais zijn F1-debuut kon maken. De Fransman had in 2008 moeite om het tempo van teamgenoot Vettel te volgen, al zag hij ook enkele goede resultaten in rook opgaan door pech of problemen. Hoewel hij slechts 4 van de 39 punten van Toro Rosso scoorde, mocht Bourdais gewoon aanblijven in 2009. Door de promotie van Vettel kreeg hij Sebastien Buemi aan zijn zijde. De Zwitserse nieuwkomer bleek over het algemeen sneller te zijn dan zijn teamgenoot, die ondanks twee puntenfinishes na de Duitse GP moest vertrekken. Zijn vervanger: Jaime Alguersuari, die in Hongarije de op dat moment jongste F1-coureur ooit werd.

Sebastien Buemi en Jaime Alguersuari

Voor 2010 hield Toro Rosso vast aan het rijdersduo Buemi en Alguersuari, die uiteindelijk ook in 2011 voor de Italiaanse formatie zouden racen. De Zwitser en de Spanjaard bleken in beide seizoenen behoorlijk aan elkaar gewaagd. Zo had Buemi in 2010 nog licht de overhand, waarna Alguersuari in 2011 juist de bovenliggende partij was. Toch werden beide talenten aan het einde van dat jaar gewogen en te licht bevonden, waarna Daniel Ricciardo en Jean-Eric Vergne hun plekken innamen. Buemi bleef na zijn F1-avontuur onderdeel van de Red Bull-familie en behaalde titels in onder meer de Formule E en het World Endurance Championship. Ook Alguersuari kwam kortstondig uit in de elektrische raceklasse, om in 2015 zijn racecarrière te beëindigen en zich als DJ Squire op het maken van elektronische muziek te richten.

Jean-Eric Vergne

Vergne mocht in 2012 in F1 debuteren aan de zijde van Ricciardo. In hun eerste seizoen bij Toro Rosso was Vergne de betere van de twee, maar in 2013 waren de rollen omgedraaid. Zodoende verdiende Ricciardo promotie naar Red Bull Racing, terwijl de Fransman het moest doen met nog een jaartje Toro Rosso. Onder het nieuwe motorreglement werd hij gekoppeld aan nieuwkomer Daniil Kvyat, die hij over het hele seizoen gezien versloeg. Toen Vettel aankondigde om dat hij per 2015 voor Ferrari ging uitkomen, werd Vergne echter opnieuw over het hoofd gezien voor een plekje bij de hoofdmacht. Die belandde bij Kvyat, terwijl Vergne na afloop van het seizoen plaats moest maken voor Max Verstappen. Daarmee kwam zijn F1-loopbaan meteen ook ten einde, een klap waar hij mentaal lang van moest herstellen.

Daniil Kvyat

Als er een coureur is die weet hoe hardhandig Red Bull met F1-talenten kan omgaan, dan is het Kvyat. Na slechts één seizoen in de koningsklasse kreeg de Rus in 2015 al de kans bij Red Bull Racing. Teamgenoot Ricciardo werd zelfs verslagen, maar na vier tegenvallende prestaties in 2016 werd hij voor de Spaanse GP teruggezet naar Toro Rosso. Verstappen mocht intussen de omgekeerde weg bewandelen. Kvyat zou vervolgens zes races voor het einde van het F1-seizoen 2017 wegens tegenvallende resultaten weggestuurd worden bij Toro Rosso, om in 2019 in genade aangenomen te worden. Ook in 2020 zou de coureur uit Ufa nog voor het team - dat inmiddels AlphaTauri heette - in actie komen, maar voor 2021 ging de voorkeur uit naar het jonge talent Yuki Tsunoda.

Zowel Daniil Kvyat (maar liefst drie keer) als Brendon Hartley maakte kennis met de harde hand van Red Bull.

Zowel Daniil Kvyat (maar liefst drie keer) als Brendon Hartley maakte kennis met de harde hand van Red Bull.

Foto: Zak Mauger / Motorsport Images

Brendon Hartley

Het was toch enigszins verrassend dat Brendon Hartley eind 2017 werd opgeroepen om de naar Renault vertrokken Carlos Sainz op te volgen bij Toro Rosso. Dat gebeurde zeven jaar nadat hij uit het opleidingsprogramma van Red Bull was geknikkerd. In zijn eerste vier races voor het team maakte de Nieuw-Zeelander, toen al een grote naam in de endurancewereld, genoeg indruk om een vast zitje af te dwingen voor 2018. Aan de zijde van Pierre Gasly werd echter pijnlijk duidelijk dat Hartley tekort kwam voor het hoogste niveau. Hij scoorde slechts 4 van de 33 punten van Toro Rosso in dat seizoen. Voor Gasly waren zijn prestaties genoeg om de lege plek van Ricciardo bij Red Bull in te vullen, terwijl Hartley werd bedankt voor de bewezen diensten en zijn F1-loopbaan ten einde zag komen.

Pierre Gasly

Na iets meer dan een seizoen bij Toro Rosso kreeg Gasly dus de kans om zich in 2019 te bewijzen bij Red Bull. Het werd echter een kort en pijnlijk avontuur aan de zijde van Verstappen. Na twaalf races werd de Fransman alweer teruggezet naar het opleidingsteam, omdat zijn resultaten niet aan de verwachting voldeden. Gasly had op dat moment 63 punten verzameld, terwijl de teller van zijn teamgenoot op 181 punten stond. De prestaties van de coureur uit Rouen werden gezien als handicap in de strijd met Ferrari om P2 bij de constructeurs en dus werd Alexander Albon naar voren geschoven. Bij Toro Rosso hervond Gasly zijn goede vorm door eind 2019 zijn eerste F1-podium te behalen, waarna in 2020 een populaire overwinning in de Italiaanse GP volgde. Hij zou vervolgens tot en met 2022 voor AlphaTauri blijven rijden, waarna voor dit jaar de overstap naar Alpine volgde.

Alexander Albon

Daar waar Gasly halverwege 2019 werd teruggezet naar Toro Rosso, bewandelde Albon de omgekeerde weg. De Thai had op dat moment slechts twaalf races F1-ervaring en werd dus met recht in het diepe gegooid. Hoewel hij consistenter presteerde dan zijn voorganger, waren de prestaties van Albon niet voldoende voor Red Bull om tweede te worden bij de constructeurs. Wel mocht hij in 2020 aanblijven. In het coronajaar pakte hij twee podiumplaatsen, maar mede doordat hij iedere kwalificatie achter Verstappen eindigde, was dat niet genoeg voor een langer avontuur. Albon werd na 2020 gedegradeerd tot test- en reservecoureur, terwijl Sergio Perez zijn plek in de hoofdmacht overnam. Na een jaartje langs de zijlijn volgde echter een kans bij Williams, de renstal waarvoor hij nu voor het tweede jaar op rij uitblinkt.

Een uitgebreide analyse van het ontslag van Nyck de Vries in een extra F1-update

Sluit je aan bij de Motorsport community

Praat mee
Vorig artikel Steiner over F1-kalender: 24 races is de limiet voor de teams
Volgend artikel Marko geeft uitleg over voortijdig afscheid van Nyck de Vries

Beste reacties

Meld je gratis aan

  • Snel toegang tot je favoriete artikelen

  • Stel alerts in voor breaking news en je favoriete coureurs

  • Laat je horen met de reactiemodule

Motorsport prime

Ontdek premium content
Abonneer

Editie

Nederland Nederland