Waarom de DTM nog altijd zonder brandstofleverancier zit

De DTM zit nog altijd zonder nieuwe brandstofleverancier voor het seizoen 2021. Over een maand staat de eerste race van het GT3-tijdperk op de agenda, maar witte rook is er nog steeds niet. Het uit de vorige jaren bekende Aral heeft de Duitse merkenklasse verlaten en alternatieven blijken vooralsnog schaars.

Waarom de DTM nog altijd zonder brandstofleverancier zit

In het weekend van 20 juni vindt op Monza de eerste race van het nieuwe DTM-seizoen plaats. Een moment met grote symbolische betekenis voor Gerhard Berger en de zijnen. Niet alleen omdat het kampioenschap in Italië eindelijk het iconische circuit kan bezoeken, maar nog veel meer omdat het openingsweekend een nieuw tijdperk van de DTM moet inluiden. Een tijdperk waarin de Class One-auto's zijn ingeruild voor bolides die voldoen aan het GT Plus-reglement. Klein detail is alleen dat er nog geen brandstofleverancier is gevonden.

Aral, de brandstofpartner en een belangrijke sponsor uit de voorbije vijftien jaren, heeft bedankt voor een nieuwe verbintenis. Het merk dat onderdeel is van BP heeft zich teruggetrokken uit alle vormen van autosport waarin nog met een verbrandingsmotor wordt gereden. Aangezien de DTM wel toekomstplannen heeft met elektrische auto's maar vooralsnog vasthoudt aan verbrandingsmotoren, heeft Aral de deur dichtgegooid. Het vertrek heeft voor Berger geleid tot één van de hoofdpijndossiers uit de voorbije maanden, samen met de relatief late keuze voor Michelin als bandenleverancier.

ExxonMobil past perfect, maar is verbonden aan Porsche

Het vinden van een brandstofpartner is extra lastig doordat de DTM wil overstappen op duurzame brandstoffen, oftewel e-fuels. "We blijven met verbrandingsmotoren rijden, maar hopen wel over te stappen op synthetische brandstoffen", stelt Berger tegen Motorsport.com. Zo'n overstap past bij het streven van ITR, de overkoepelende organisator, om in 2030 CO2-neutraal te werken. Het streven past ook perfect bij ExxonMobil, dat het door de DTM gewenste product al beschikbaar heeft. Dit lijkt dé oplossing, maar zo makkelijk is het niet: ExxonMobil heeft namelijk een exclusief contract met Porsche gesloten en mag zodoende niet leveren aan de DTM. Het merk zal op termijn duurzame brandstoffen leveren voor de Porsche Supercup.

Dit alles maakt dat Berger en zijn team verder moeten kijken. Er zijn wel kleinere spelers bezig met duurzame brandstoffen, maar daar speelt het kostenplaatje vaak een aanzienlijke rol. Grote concerns kunnen en willen de ontwikkelingskosten [marketingtechnisch] wel ophoesten, maar voor kleinere bedrijven is de genoemde prijs van zo'n vijf euro per liter een forse investering. Des te meer doordat die duurzame brandstoffen nog niet bij benzinestations worden aangeboden en er dus weinig terug te verdienen valt bij de consument.

Shell achter de hand als plan B voor 2021

Dit alles maakt dat de DTM voor 2021 waarschijnlijk in de armen van Shell wordt gedreven. Het gaat dan niet om de gewenste duurzame brandstoffen, maar om een tussenoplossing. Zo werd er bij de pre-season test 'Super-Plus-Sprit' in de bolides getankt en lijkt dit voor het eerste seizoen met de GT Plus-auto's ook de meest waarschijnlijke optie. De nadruk ligt hier op 'lijkt' aangezien de DTM de hoop op duurzame brandstoffen in 2021, bijvoorbeeld met Total, nog niet helemaal heeft opgegeven. Shell fungeert vooralsnog als plan B en zal in dat geval geen sponsor, maar alleen brandstofleverancier van het kampioenschap worden.

Lees hier meer DTM-nieuws:

gedeeld
reacties
Götz aan kop op slotdag DTM-test, Lawson voor Albon
Vorig artikel

Götz aan kop op slotdag DTM-test, Lawson voor Albon

Volgend artikel

Bandenpoker in vernieuwde DTM? De aangepaste regels uitgelegd

Bandenpoker in vernieuwde DTM? De aangepaste regels uitgelegd
Laad reacties