Achter de schermen in Dakar: Veel openheid en een lekke band in de woestijn
De start en finish waren in Yanbu, maar tussendoor is de Dakar-karavaan door heel Saudi-Arabië getrokken. Hoe is het om er de volle twee weken bij te zijn? Motorsport.com-redacteur Bjorn Smit blikt terug.
Foto door: A.S.O.
De Dakar Rally is in de eerste twee volledige weken van januari de traditionele aftrap van het auto- en motorsportseizoen. Dit jaar wordt het evenement voor de 48e keer georganiseerd en heb ik het geluk dat ik op locatie verslag mag doen. Het betekent wel dat de jaarwisseling voor mij anders verloopt dan ik gewend ben: op oudjaarsdag vlieg ik via Istanbul naar startplaats Yanbu in Saudi-Arabië, waar ik op nieuwjaarsdag om 00.03 uur met een ‘gelukkig nieuwjaar’ begroet word bij het betreden van de bus. Die bus brengt ons naar het eerste bivak, waar de karavaan op 5 januari pas vertrekt.
Het is dus ver na middernacht als de bus het bivak bereikt. Daar neem ik mijn accreditatie in ontvangst, om daarna mijn tentje op te zetten naast het mediacentrum. Dat tentje is gedurende Dakar mijn vaste verblijfplaats, zoals dat voor alle aanwezige journalisten – en een groot deel van de organisatie – geldt. Pas tegen 03.00 uur staat alles en kan ik mijn bed in. De korte eerste nacht is echter geen probleem: de eerste dag staat vooral in het teken van acclimatiseren, met op 2 januari de eerste mediasessies. Zo vraag ik Defender naar het snelheidsverschil tussen hun Stock-auto en de snelste bolides uit de T1+ Ultimate-klasse. ‘Dat gat is niet meer minuten, maar seconden per kilometer’, benadrukt teambaas Ian James.
Ook staat er een persconferentie op het programma met de titelverdedigers en de grote favorieten bij de auto’s en de motoren. Daarin stel ik voor mijn Zuid-Amerikaanse collega’s enkele vragen aan Nicolas Cavigliasso en Luciano Benavides. Toch draait het vooral om de actie, die op 3 januari losbarst met een proloog van 23 kilometer. Deze telt alleen bij de motoren mee voor het algemeen klassement, bij de auto’s en trucks is die alleen bedoeld voor het bepalen van de startvolgorde voor de eerste volwaardige etappe.
Bijzondere ontvangst in hartje Yanbu
Voordat de strijd om de klassementen echt losbarst, word ik door de A.S.O. – de organisator van onder meer de Tour de France en Dakar – uitgenodigd om ’s avonds een bezoek te brengen aan het historische centrum van Yanbu. Het wordt een bijzondere gewaarwording: zodra we uit de bus stappen, worden we begroet door het geluid van trommels en de flitsen van een reeks camera’s. Daarna worden we begeleid naar een podium, waar we vanaf de eerste rij een optreden van een band volgen. Het bezoek wordt afgesloten met een diner met pizza, pasta en wraps met kip, gevolgd door een korte rondleiding door het centrum.
De historische binnenstad van Yanbu, waar Dakar 2026 zowel begon als eindigde.
Foto door: Bjorn Smit
Dan volgt op zondag 4 januari dus de eerste etappe van Dakar. Na een ontbijt in de cateringtent – waar dagelijks zo’n 10.000 maaltijden worden geserveerd aan de duizenden mensen in het bivak – neem ik plaats in het mediacentrum voor de verslagen bij de motoren, auto’s en trucks. Daarna is het jagen op reacties van de deelnemers. Wel keer ik voor lunch en diner terug in de cateringtent. Vooraf word ik gewaarschuwd dat ik twee weken lang twee keer per dag kip met rijst ga eten, maar dat blijkt enorm mee te vallen. Ja, er is vaak kip en rijst, maar er is tegelijkertijd een gevarieerd aanbod met rundvlees, vis, aardappeltjes, groenten, salades, pasta’s en zo nu en dan zelfs hamburgers en Franse friet - en er zijn natuurlijk dagelijks toetjes.
De dag van de eerste etappe blijkt exemplarisch voor de dagen dat de Dakar-karavaan op dezelfde plek blijft staan. De dagen dat de deelnemers van de ene naar de andere plaats rijden, vormen het tweede type dag dat je meemaakt in het bivak. De karavaan verplaatst zich dan ook en dus gaat de wekker op maandag 5 januari al om 05.15 uur. Om 6.30 uur vertrekt de shuttlebus naar het vliegveld, en voordien moet ik mijn slaapzak, matje en tent nog opruimen en inpakken. Dat verloopt relatief soepel, ondanks dat ik als een van de weinigen geen opgooitentje mee heb – een bewuste keuze, die ik met de kennis van nu misschien niet gemaakt zou hebben.
Nog voor 10.00 uur arriveren we per vliegtuig in Al-‘Ula, de finishplaats van de tweede etappe. Na alles weer opgetuigd te hebben, is het tijd om te lunchen en vervolgens om opnieuw de etappeverslagen te maken. Tussendoor loop ik meermaals naar de rand van het bivak, waar de finishlijn van de etappe is getrokken. Dit is een van de twee etappes van deze editie waarbij de finish bij de ingang van het bivak ligt, en dus maak ik van de gelegenheid gebruik om diverse toppers, de dagwinnaars en enkele Nederlanders wat vragen te stellen over hun belevenissen van de dag. Zo vertelt debutant Ian Olthof me dat hij de special van 400 kilometer eigenlijk ‘100 kilometer te lang’ vond.
De volgende dagen volgen een vergelijkbaar stramien: voor de derde etappe blijft de karavaan in Al-‘Ula, voor de vierde klassementsproef worden we ’s ochtends overgevlogen naar Ha’il. De deelnemers komen daar pas een dag later aan, na afloop van de vijfde etappe. Tussendoor overnachten zij als onderdeel van de marathonetappe een nacht in de woestijn: er zijn geen mediaverplichtingen, maar wel moeten ze het doen zonder assistentie van hun team en krijgen ze alleen een voedselpakket, een tent en een slaapzak voor de nacht. Het contrast is vooral voor de toppers groot, aangezien zij in het bivak in een camper kunnen overnachten.
Monteurs van Dacia werken op de rustdag aan de Dacia Sandrider.
Foto door: Bjorn Smit
De rustdag die geen rustdag is
Die luxe hebben ze na de vijfde etappe wel weer, om vervolgens op vrijdag van Ha’il naar Riyadh te rijden tijdens de zesde special. Op het moment dat de eerste deelnemers rond 16.20 uur in het bivak arriveren, zijn wij al lang en breed geïnstalleerd. Het zijn de dagen dat het winterweer Nederland zo goed als platlegt, maar in Riyadh – waar het met 21 graden en zon zeer aangenaam is – zijn er ook winterse problemen: de douches in het bivak zijn zo koud dat er nog net geen ijspegels uit de douchekop komen. Dat is iets wat vaker terugkeert in de eerste week van Dakar.
Gelukkig heeft de A.S.O. voor vrijdagavond een hotelovernachting geregeld voor de media. Daar geniet ik dan ook van een warme douche, een nacht in een normaal bed en een uitgebreid ontbijt. De volgende ochtend keren we terug naar het bivak – ditmaal geen zanderig terrein, maar een geasfalteerde parkeerplaats – voor de rustdag. Tenminste, voor de deelnemers is dit een rustige dag. Voor de teams is dit het moment om de auto’s, trucks en motoren helemaal gereed te maken voor de tweede week, en voor de journalisten juist om de coureurs, rijders en teambazen uitgebreider te spreken.
Voor mij betekent dit gesprekken met onder meer Carlos Sainz, Sébastien Loeb, de teambazen van de fabrieksteams van Dacia en Toyota en met motorrijders Luciano Benavides en Edgar Canet. Laatstgenoemde is na zijn zege in de eerste etappe via Instagram gefeliciteerd door Collin Veijer, waar ik hem naar vraag. ‘Ja, hij is zeker een van mijn beste vrienden’, zegt de KTM-rijder, waaraan hij toevoegt de verrichtingen van de Nederlander ook goed in de gaten te houden. ‘In de laatste races van het afgelopen Moto2-seizoen heeft hij keihard gepusht en heel goede resultaten neergezet. Hij gaat absoluut vechten voor het aankomende kampioenschap.’
Op zondag vertrekken de deelnemers naar Wadi Ad-Dawasir voor de zevende etappe en dus staat er opnieuw een vroege vlucht op de planning. Het waait behoorlijk in de finishplaats en dus wordt iedereen bij het opzetten van zijn tent gezandstraald. Een bijkomend nadeel: alles zit hierdoor onder het zand en stof, voor zover dat nog niet het geval was. Toch hoort ook dit bij de Dakar-ervaring. Pas op dinsdagochtend, als iedereen weer inpakt voor de reis naar Bisha, is er een moment met weinig wind om wat stof en zand weg te ruimen.
Band vervangen in de woestijn
De reis naar Bisha is een bijzondere. Ik reis ditmaal niet per vliegtuig, maar met een shuttlebus. Samen met enkele andere journalisten is er een tussenstop gepland midden in de woestijn: daar vindt namelijk de finish van de negende etappe plaats. Die vormt samen met de tiende klassementsproef een marathonetappe en dus overnachten de deelnemers dicht bij de finish, zonder enige vorm van luxe. Eerst is er bij de finish de mogelijkheid om te praten met de deelnemers – al moet de audio later verzonden worden, omdat er geen bereik is.
Waar anderen eerder al naar het marathonbivak zijn gebracht, wil ik om 16.00 uur de korte transfer maken. Dat blijkt onmogelijk: het busje heeft een lekke band en die is met geen mogelijkheid los te krijgen. Ik doe mijn best om de chauffeur te helpen, maar pas als meer dan een uur later een hamer arriveert, kan het wiel losgeslagen en vervangen worden. Voor even waan ik me dus een van de deelnemers, die dit jaar ook genoeg met lekke banden te maken krijgen. Mijn tijd bij het marathonbivak blijft hierdoor beperkt tot tien minuten, al is dat genoeg om een idee te krijgen van de nacht die de coureurs te wachten staat.
Pas laat in de avond arriveren we in het bivak in Bisha, waar de deelnemers zich een dag later na deel twee van de marathonetappe melden. Daar spreek ik voor mijn Spaanse collega’s met Tosha Schareina en voor de Fransen met Adrien van Beveren en Mathieu Serradori, die allebei een etappezege boeken. Ook praat ik met de jarige Mitchel van den Brink, die de leiding bij de trucks verliest door een kapotte aandrijfas en ruzie met een duin: ‘Dit was niet waar ik op hoopte. We hebben het hele Dakar eigenlijk nog heel weinig meegemaakt en vandaag kwam alles op één dag even samen.’
Daarna staan er nog twee vroege trips op het programma: op donderdagochtend naar Al Henakiyah, waar de elfde etappe eindigt, en een dag later keren we terug in Yanbu. Waar de douches sinds de rustdag plotseling iedere dag warm waren, is dat in de finishplaats van Dakar niet het geval. Maar voordat ik daar op zaterdagochtend achter kom, is er op vrijdag al veel gebeurd. Bij Dacia zie ik feestvreugde als Nasser Al-Attiyah terugkeert in het bivak, nadat hij een voorsprong van 16 minuten heeft genomen op zijn naaste achtervolger Nani Roma. De Ford-coureur keert iets later terug en is in tranen zodra hij uit de auto stapt. ‘Dit is misschien de enige fout die ik deze Dakar heb gemaakt’, snikt Roma als hij ons te woord staat.
Een ontspannen gesprek met Mark Cavendish
Op zaterdag stelt Al-Attiyah zijn zesde eindzege bij de auto’s veilig en wint Vaidotas Zala bij de trucks. Iedereen is dan alweer wat gekalmeerd na de krankzinnige finish bij de motoren. Als ik het mediacentrum verlaat, lijkt Ricky Brabec voor de derde keer het klassement te winnen. Eenmaal bij de finish van de proef aangekomen, gelooft niemand wat de livetiming laat zien: Luciano Benavides wint Dakar, met slechts twee seconden voorsprong. Brabec is gedesillusioneerd na zijn navigatiefout in de laatste kilometers, bij KTM en Benavides is de vreugde – en het ongeloof – enorm.
De feestvreugde bij Luciano Benavides en KTM na hun toch onverwachte Dakar-zege.
Foto door: Red Bull Content Pool
Op de slotdag van Dakar maak ik ook een praatje met Mark Cavendish, de voormalig topsprinter die met 35 etappezeges recordwinnaar is in de Tour de France. De vriendelijke Brit vertelt me onder meer dat hij vroeger eigenlijk motorrijder wilde worden, doordat hij in zijn jeugd op Isle of Man is opgegroeid met de TT op het eiland. Toen dat onbereikbaar bleek, heeft hij gekozen voor het wielrennen. ’s Avonds speelt Cavendish ook een rol tijdens de podiumceremonie: hij reikt de trofee uit aan Benavides. Ik neem kort een kijkje en loop Nacho Cornejo daar tegen het lijf. De Chileense rijder, die ik tijdens Dakar meermaals heb gesproken voor de Latijns-Amerikaanse editie, komt naar me toe om ook even een babbeltje te maken.
De gesprekjes die ik met Cavendish en Cornejo heb, zijn kenmerkend voor de sfeer die heerst tijdens Dakar: vrijwel iedereen is open, ontspannen, vriendelijk en benaderbaar. Ook als media blijkt het relatief gemakkelijk om mensen te spreken te krijgen, zonder dat daar uitgebreide planningen en tussenkomsten van PR- en communicatieafdelingen voor nodig zijn. Bovendien valt me op hoe behulpzaam iedereen naar elkaar is. Het maakt Dakar 2026 een geweldige en fijne ervaring – en eentje om niet snel te vergeten. Toch ben ik ook blij om op zondag om 12.15 uur lokale tijd in het vliegtuig te stappen en naar huis te gaan. Het neemt niet weg dat Dakar een geweldige ervaring is geweest – eentje die ik volgend jaar opnieuw hoop mee te mogen maken.
Deel of bewaar dit artikel
Abonneer en krijg toegang tot Motorsport.com met je adblocker
Van Formule 1 tot MotoGP: we brengen het laatste nieuws, diepgaande analyses en exclusieve interviews rechtstreeks uit de paddock. Om ons vak zo goed mogelijk uit te kunnen voeren, worden er op de website advertenties getoond. We merken op dat je een adblocker gebruikt en willen je vragen om deze uit te zetten. Daarnaast geven we je de mogelijkheid om abonnee te worden en voor een klein bedrag te genieten van een advertentievrije website.
Beste reacties