Special feature

Exclusief fragment Littekens: De crash die alles verandert voor Joey Litjens

Op 14 juni komt de biografie Littekens van motorcoureur Joey Litjens uit, waarin hij openhartig over zijn pieken en dalen vertelt. Met dank aan uitgeverij Volt kun je op Motorsport.com alvast een klein stukje lezen.

vdh9789021482040

Tegenwoordig is Joey Litjens zo nu en dan weer op televisie te zien als analist bij MotoGP-races, wat hij combineert met zijn werkzaamheden als coach in de motorsport en voor verslaafden en probleemjongeren. Zelf is de voormalige rijder uit het wereldkampioenschap 125cc jarenlang door een heel diep dal gegaan, waarin drank- en drugsgebruik aan de orde van de dag was. Daar praat Litjens openhartig over in zijn nieuwe boek 'Littekens', waarin zijn hele carrière op de motorfiets de revue passeert. Ook praat hij vrijuit over het ongeluk dat op Hemelvaartsdag van 2009 zijn leven op zijn kop zette. Dat doet hij in het hoofdstuk 'Crash in Hengelo', dat hieronder alvast te lezen is.

Koop nu:

Crash in Hengelo

Hemelvaartsdag 2009, donderdag 21 mei. Een dag die ik nooit meer zal vergeten. Een dag die mij een litteken heeft gegeven voor de rest van mijn leven, letterlijk en figuurlijk. ’s ­Ochtends vroeg als ik wakker word voel ik mij niet fit en niet oké. Ik weet niet wat het precies is. Ik ben wel scherp, zit in een goeie flow en het rijden gaat goed, ondanks het feit dat mijn voorgaande race in Monza niet mijn beste wedstrijd is geweest. Met mijn carrière gaat het goed, ik ben bijzonder goed op de weg terug. De absolute wereldtop is in zicht. ­Gesprekken over het ­WK ­Supersport 600 zijn al flink gaande, ook al is het vroeg in het jaar. Het is pas mei en er zijn plannen voor volgend jaar om aan de slag te gaan als fabriekscoureur.

De Varsselring bij Hengelo in Gelderland is een stratencircuit van zes meter breed. De circuits waar ik de laatste jaren op heb gereden, de permanente circuits, zijn vaak twaalf of veertien meter breed. Ik heb helemaal geen zin om te rijden op een stratencircuit, laat staan met een Supersport 600-machine. Ik sta dan ook op met een naar gevoel, met een dichtgeknepen strot. Mijn focus ligt dit jaar vooral op het Europees Kampioenschap, waarin ik vierde sta. In het Nederlands kampioenschap staan we eerste en zal ik later in het seizoen nog een wedstrijd moeten missen. Dit weekend gaat daarom om schade beperken en voor de motorfabrikant en het team is het ook belangrijk dat we hier racen. We gaan gewoon rijden en dan zien we wel hoe het gaat. Damage control is het doel, punten sprokkelen en heel snel door naar de volgende wedstrijd.

Ik ben een coureur die heel systematisch te werk gaat. Drie kwartier voor een sessie op de baan ga ik naar de wc. Een halfuur van tevoren doe ik langzaam maar zeker het pak aan, tot op de helft van het lichaam. Daarna trek ik eerst de linkerlaars aan en dan de rechter. Ik ben daar heel pietje-precies in. Maar nu voelt het allemaal niet oké. Het voelt zwaar, het kost me energie in plaats van dat het me energie geeft. In het parc fermé duurt alles lang. Het is warm en de dingen gaan moeizaam. Ik weet het niet, maar de hele beleving naar de eerste ronde op dit circuit voelt kut. En dat met de wetenschap dat ik eigenlijk helemaal niet wil rijden op dit circuit. Ik heb hier niks te zoeken. Dit is niet mijn wereld. Dit is niet mijn doel. Wat moet ik op dit klote-circuit? En wat is de organisatie een onprofessionele hobbyclub. Dat is wat er door mijn hoofd spookt. Maar ja, je blijft een coureur, dus het pak gaat aan, de helm gaat op, je gaat de baan op en het gas gaat honderd procent open. Je gaat niet half gas rijden.

Er is een extra ingelaste training op donderdag, voorafgaand aan de officiële trainingen en de wedstrijd op zaterdag en zondag. We pakken deze training mee om toch maar die meters te maken, zodat ik in ieder geval weet waar ik in de wedstrijd aan toe ben. De wedstrijd blijft een wedstrijd en ik zal toch voluit gaan, dus wil ik wel weten op wat voor circuit ik ga rijden. We rijden in de training samen met de superbikes, die met 1000cc een klap harder gaan. Het verbaast mij en ik vind het een idiote actie van de organisatie. Met mijn ervaring en de lessen van Rico Schuijers weet ik normaal gesproken hoe ik hiermee om moet gaan, hoe ik iets negatiefs naar iets positiefs kan ombuigen, maar sinds vanochtend is dat anders. Alles voelt gewoon kut.

Ik ga de baan op en weet niet wat ik meemaak. Wat is dit voor circuit? Na twee ronden is er al een rode vlag, omdat er iemand onderuit is gegaan. En omdat er geen uitloopstroken of grindbakken zijn, ligt er na die schuiver vuil op de baan. Terug in de pits merk ik dat ik het speelse gevoel op de baan dat ik normaal heb – wheelies maken, een beetje glijden, dwars aanremmen, een beetje klooien – er nu niet is. Ik ben stil. Mijn vader komt bij me, geeft me een knuffel en zegt: ‘Joey, dit is goed zo. Doe alsjeblieft voorzichtig, want je bent al best snel onderweg.’ Voor het eerst in mijn carrière zie ik angst in de ogen van mijn vader. Het zal pas later zijn dat ik me dat realiseer. Mijn moeder is niet meegekomen naar Hengelo. Zij is thuisgebleven omdat ze bezig is met het inwassen met hars van tegels voor een stoep die we hebben gelegd.

In de twee of drie ronden die we hebben gereden sta ik er ook al redelijk goed bij met mijn tijden. Ik hoef ook niet boven aan de tijdenlijst te staan. Ik ben meer aan het overleven en bezig om de motor binnen de witte lijnen te houden. De baan wordt weer vrijgegeven en ik ga weer rijden. Ik voel me al wel wat scherper en feller, wat ook normaal is. De eerste ronden zijn altijd wat stroef. Dan kom je binnen, ga je weer de baan op en gaat het een stuk makkelijker. De eerste vliegende ronde die ik inzet ga ik start-finish over en daarna rechtsaf het lange rechte stuk op. Het is echt een vies lang recht stuk waar ik vol gas in de zesde versnelling ga met 255 kilometer per uur. Er komt iemand voorbij, vlák voor het rempunt, een 1000cc superbike-coureur. Hij remt récht voor mijn neus, ik kan geen kant op. Ik rij tegen zijn zitje aan, kom langs de baan en voel een hoop hobbels en gestuiter van het rijden door het gras. Remmen is zinloos. Ik heb geen controle meer over mijn motor. Ik heb niks meer te vertellen.

Ik zie een boom op mij afkomen en denk: ik móét van die motor af, want in het gras met deze snelheid kan ik niks meer controleren. Ik spring van de motor, klap tegen de boom en de lamp gaat uit.

Sluit je aan bij de Motorsport community

Praat mee
Vorig artikel Nederlandse motorcoureur Joey den Besten (30) overleden na crash in Finland

Beste reacties

Meld je gratis aan

  • Snel toegang tot je favoriete artikelen

  • Stel alerts in voor breaking news en je favoriete coureurs

  • Laat je horen met de reactiemodule

Motorsport prime

Ontdek premium content
Abonneer

Editie

Nederland Nederland