Renger van der Zande: ‘Daytona is een echte klassieker’

De eerste echte raceklassieker van het nieuwe jaar is in aantocht: de 24 uur van Daytona. Bij veel Europese racefans niet echt bekend en populair, maar in Amerika is het een prestigieus topevenement.

Elk jaar staan er ook de nodige Nederlandse deelnemers aan de start. Ook dit jaar zijn er weer enkele kanshebbers op een topresultaat. Onder hen Renger van der Zande, uitkomend in de LMPC-klasse, de tweede snelste klasse van het veld, rijdend met LMP2-bolides. Motorsport.com sprak met hem over de charmes en uitdagingen van de Daytona 24 Hours.

“Daytona is een heel speciaal evenement”, begon Van der Zande. “De helft van het circuit bestaat uit een banking die zo stijl is dat je er nog maar net tegenop kunt lopen. De rest is het ‘infield’. Het circuit is dus nog niet eens zo heel erg speciaal maar de sfeer die er hangt is geweldig. Het is echt de sfeer van een klassieker, zoals je ook proeft op Le Mans. Maar dan natuurlijk op z’n Amerikaans. Le Mans is Le Mans en Daytona is Daytona.”

Boten langs de baan

Vooral de Amerikaanse fans maken het tot een waar spektakel: “Het infield staat al ver voor de race helemaal vol met caravans en campers, waar mensen op het dak zitten met een biertje, en af en toe naar beneden gaan om iets op de barbecue te gooien. Ze komen zelfs met hele boten aan! Dan denk je: wat moeten ze met zo’n grote boot op een trailer? Maar in de boot slapen ze en op het dek zitten ze hoog om een groot deel van het circuit te kunnen overzien. Een gekke wereld, waar de fans in Amerika heel erg naar uitkijken.”

Met name de massaal toegestroomde fans maken de endurance-race op Daytona tot zo’n speciaal evenement. Het circuit biedt wat dat betreft een stuk minder spektakel: “De baan is niet heel erg speciaal, omdat we de helft van de tijd op de oval rijden. Eigenlijk heb je dus maar vijf of zes bochten. De belangrijkste bocht is de Busstop-chicane, halverwege het rechte stuk. Daar gaat het eigenlijk altijd fout. Heel veel coureurs verslikken zich erin, want er is maar één ideale lijn. Bovendien is het de snelste bocht van het hele circuit. Vooral bij het inhalen is het tricky, veel rijders gaan juist dan van de baan. Dan ligt er vuil op de ideale lijn, die daardoor weer erg glad wordt. Daar kan je heel veel tijd verliezen.”

Verschil maak je in het verkeer

Een andere grote uitdaging is het grote snelheidsverschil tussen de diverse deelnemers. De snelste prototypes gaan tientallen kilometers per uur harder dan de langzaamste auto’s in de GT-klasse. Van der Zande rijdt in de tweede snelste klasse, dus moet zowel auto’s inhalen als aan zich voorbij laten gaan: “Alle tegenstanders zitten op een heel hoog niveau, waardoor je niet zomaar een halve seconde sneller bent. Het verschil op Daytona – en in het IMSA-kampioenschap – maak je in het verkeer. Je moet continu inschatten wie er in de auto voor je rijdt. Tijdens de race leer je een beetje welke rijders een beetje crazy zijn, dus waarbij het risico groot is dat zij gewoon insturen als je ernaast zit. Je hebt ook rijders waarvan je weet dat je op een centimeter van elkaar kunt inhalen, zonder dat dat problemen oplevert. Dat inschatten is van groot belang en dat kan je race maken of breken.”

De allround Nederlander hoopt mee te kunnen doen om de prijzen: “24 uur is natuurlijk heel erg lang. We hebben ons tijdens de driedaagse test goed voorbereid. Ik denk dat we de afstelling goed voor elkaar hebben. We zijn misschien niet de snelste auto over een vliegende ronde, maar juist over 24 uur is de auto heel stabiel en makkelijk om te besturen. Het ziet er goed uit dus ik heb er zin in!”

 

Word onderdeel van iets groots

Schrijf een reactie
Geef reacties weer
Over dit artikel
Raceklassen IMSA
Evenement Daytona 24
Circuit Daytona International Speedway
Coureurs Renger van der Zande
Artikel type Interview