Interview: Robin Frijns enthousiast over toekomst Formule E

Racen op stratencircuits met een elektrische formulewagen. Dat ligt Robin Frijns wel. De Nederlander scoorde al een podiumplaats en ziet wel toekomst in de vernieuwende raceklasse. Motorsport.com evalueerde het seizoen een keek alvast vooruit.

Na zijn jacht op een Formule 1-zitje en een succesvolle campagne in de Blancpain GT Series, racet Robin Frijns nu in de Formule E. Bijzonder, want deelname aan dit kampioenschap met elektrische racewagens lijkt niet voor iedereen te zijn weggelegd. Het startveld wordt gedomineerd door voormalig Formule 1-coureurs en ervaren piloten uit het langeafstandsracen. De deelnemende autofabrikanten en constructeurs hebben de coureurs voor het uitkiezen. Frijns slaagde er wel in om een plekje te veroveren en dat deed hij bij het Amerikaanse team van Michael Andretti. Simona de Silvestro, de enige dame in het veld, is zijn teamgenoot.

De 24-jarige Nederlander heeft inmiddels drie races achter de rug. Het seizoen begon afgelopen zomer met een valse start toen het team halsoverkop besloot om met de aandrijflijn van het eerste seizoen door te rijden. Andretti werkte met TE Connectivity en Houston Electronics aan nieuwe componenten, maar zij kregen de technologie niet op tijd op orde.

Terwijl concurrenten zoals Renault-e.dams, Abt Schaeffler Audi Sport en DS Virgin Racing op Donington Park al bemoedigende tijden lieten noteren, was het voor het team van Andretti gissen waar men stond. In oktober bij de openingsrace in Peking kwam men erachter en scoorde met Frijns een puntje. Vervolgens maakte hij met een derde plaats indruk in Maleisië.

Managen van energie

Is het nadeel van de oude aandrijflijn dan echt zo groot? “Wat betreft de pure kwalificatiesnelheid gaat het nog wel goed, maar in de race komen we te kort”, vatte Frijns samen in gesprek met Motorsport.com en hij legde uit: “De motoren die andere teams gebruiken zijn efficiënter dan die van ons. Anderen hebben minder energie nodig om dezelfde snelheid te rijden. Toch is er soms wel wat mogelijk. In Maleisië was het bijvoorbeeld heel erg warm en iedereen is gelimiteerd aan de temperatuur van de batterij en dat is merendeels gelijk. Het verschil met bijvoorbeeld Renault is dan iets kleiner. Dus hopelijk is het bij de komende race in Argentinië ook heel warm.”

Frijns verwacht door de beperkende techniek niet om dit seizoen regelmatig op het podium te staan, maar denkt wel constant punten te kunnen scoren. “Een resultaat in de topvijf voelt als een overwinning. Ik denk dat onze positie rond plaats acht of negen ligt. Als je kijkt naar het startveld dan heeft Renault een voorsprong op de rest; zij hebben de beste auto. Daarnaast zijn ook Abt en DS Virgin snel, daarachter ligt het dicht bij elkaar. Ook Dragon doet het goed. En dan heb je Mahindra, Aguri en wij. Dus als we rond plaats acht of negen liggen doen we het niet slecht”, concludeerde hij.

Vechten met constructeurs

Na een rommelige testdag en drie wedstrijden heeft Frijns de Spark-Renault SRT_01E-bolide al aardig leren kennen. De eerste goede test vond pas na de derde wedstrijd in Uruguay plaats. “Daar hebben we zeker wat aan gehad. Het was ook de eerste en enige testdag op een stratencircuit”, zei Frijns. “We hebben ons vooral geconcentreerd op de setup, software van de motor en verder hier en daar nog wat andere dingen. Dit verliep heel goed. We hebben wat tijd gewonnen en de auto voelde beter aan, maar we zien pas in Argentinië waar we staan.”

Frijns vreest dat constructeurs zoals Renault met hun eigen technologie dit seizoen meer kunnen verbeteren dan zij. “Wij zitten al redelijk op de limiet en de rest heeft nieuwe motoren. Zij kunnen hier en daar nog wel wat winnen. Naarmate het seizoen vordert gaat het moeilijker voor ons worden”, zo voorspelde hij. Het Andretti Formule E Team werkt overigens hard aan de verbeterde elektrische aandrijflijn voor seizoen drie.

Hij ziet de de ontwikkelingen op technologisch vlak als een groot pluspunt, omdat de interesse van fabrikanten ook wordt gewekt. Zo kondigde Jaguar laatst aan vanaf seizoen drie ook in te stappen. “Zolang er fabrikanten als Renault, Jaguar en Mahindra in de Formule E actief zijn, wordt het kampioenschap er completer van. Dat is beter dan privéteams die net genoeg budget hebben om rond te komen. Dus dit ziet er veelbelovend uit en het zal mij niet verbazen als een fabrikant als BMW ook aanklopt, zij zijn al verbonden aan de klasse met onder meer de BMW i8 safety car.”

De voormalig Caterham en Sauber F1-testcoureur is van mening dat de Formule E zijn plek in de autosport heeft veroverd en voorspelt een gouden toekomst. “Elektrisch rijden is de toekomst omdat de fossiele brandstoffen ooit een keer opraken. Iedere fabrikant is er mee bezig”, concludeerde hij. “Daarnaast is het een leuke klasse om in te rijden en de organisatie probeert er echt iets van te maken. Wie weet is het in een jaar of vijf of zes heel populair, net zoals de Formule 1. Formule E rijdt op goede circuits, het zijn mooie events in mooie landen en racen in steden zoals hartje Parijs is heel gaaf. Zoiets maak je niet mee in andere klassen.”

What’s next?

Op de vraag of Formule E het eindstation is, bleef het even stil. “Dat is een moeilijke vraag”, reageerde de coureur die zowel in formulewagens als GT’s succesvol is geweest. Frijns werkt in ieder geval aan een stoeltje in de Blancpain GT Series. Hoewel een ronde van zowel de endurance als het sprintkampioenschap met een Formule E-race samenvalt, ziet hij wel mogelijkheden. “Na de race in Parijs zou ik direct kunnen doorreizen naar Monza om daar op zondag in de Blancpain GT Endurance Series te rijden”, wist de coureur, die goede contacten heeft met zijn team van vorig jaar. Maar wat heeft prioriteit? “Formule E. Daar heb ik als eerste een contract getekend, dus dat gaat voor. Het lastige is alleen dat we nog niet weten hoe de kalender van seizoen drie eruit ziet en of er dan iets samenvalt met Blancpain. Maar dat zien we dan wel weer.”

Word onderdeel van iets groots

Schrijf een reactie
Geef reacties weer
Over dit artikel
Raceklassen Formule E
Coureurs Robin Frijns
Artikel type Interview