Exclusief interview met Grosjean: "Had klap in gezicht nodig"

Na een roerige periode bij het Lotus Formule 1-team verschijnt Romain Grosjean dit jaar voor het Amerikaanse Haas aan de start. In een exclusief interview met Motorsport.com blikt de Fransman op openhartige wijze terug op zijn tijd in Enstone.

Het Formule 1-avontuur van Grosjean begint in 2009, wanneer hij halverwege het seizoen ineens Nelson Piquet Jr. moet vervangen bij Renault. Na zeven puntloze races krijgt hij te horen dat het team in 2010 niet met hem verder wil, waarna hij zich opnieuw moet bewijzen in de lagere klassen. Na in 2011 kampioen te zijn geworden in de GP2 dient er zich een nieuwe Formule 1-kans aan. Wederom kan hij aan de slag bij het team uit Enstone, dat inmiddels is omgedoopt tot Lotus. Na vier bewogen seizoenen bij deze formatie en een jaar vol financiële problemen in 2015 zet hij een punt achter de samenwerking met Lotus om bij het nieuwe Haas F1 Team in te kunnen stappen. Motorsport.com zocht Grosjean op om uitgebreid met hem terug te blikken op zijn tijd in Enstone.

Je hebt nu twee perioden bij het team uit Enstone achter de rug. Zou je één hoogtepunt kunnen aanwijzen?
“Nee, niet echt. Ik bewaar veel goede herinneringen aan mijn tijd bij dit team. Zoals de eerste keer dat ik met een Formule 1-auto reed, mijn eerste podiumplaats in de F1 en de eerste keer dat ik aan de leiding van een Grand Prix reed. En natuurlijk die podiumplek in 2015 die niemand zag aankomen! Andere mooie momenten waren het op kop liggen in de Japanse Grand Prix van 2013 en de tweede plaatsen in Canada en de Verenigde Staten.”

Hoeveel heb je jezelf weten te ontwikkelen gedurende je tijd bij dit team?
“Ik denk vrij veel, al verschilt mijn tweede stint in Estone wel flink van de eerste. Toen ik net in de Formule 1 kwam, had ik geen idee wat ik moest doen, hoe ik het moest doen en gedroeg ik me niet zoals dat had gemoeten. Helaas verloor ik aan het einde van het jaar ook nog eens mijn stoeltje toen de bezem door het team werd gehaald. Dat was een zeer zware tijd voor me, maar het heeft me wel doen beseffen hoezeer ik van de Formule 1 houd. Ik wilde koste wat het kost wil terugkeren. Dat was nog wel positief aan dat hele gebeuren. Toen ik later terugkwam in de Formule 1, moest ik opnieuw laten zien dat ik snel genoeg was. Ik crashte helaas iets te veel en kampte ook met andere problemen, maar hierna ben ik de coureur geworden die ik vandaag de dag ben. De weg ernaartoe was zwaar, maar het team is me altijd blijven steunen. Ze gaven me eind 2012 een nieuw contract, iets wat veel andere teams niet gedaan zouden hebben, en in 2013 kon ik het team belonen voor die beslissing.”

Is het team uit Enstone de perfecte plek voor je geweest om als coureur te groeien?
“Het is altijd lastig om teams met elkaar te vergelijken. Als je bij Toro Rosso begint, zal je veel leren omdat het team daar speciaal voor bedoeld is. Als je bij McLaren je debuut maakt, dan heb je geen andere keuze en moet je wel snel leren. Het team uit Enstone zit daar waarschijnlijk ergens tussen in. Om die reden hebben ze me eind 2012 ook aangehouden. Ze gaven me de tijd om te leren.”

Denk je dat je geluk hebt gehad dat je nog een tweede kans in de Formule 1 hebt gekregen, terwijl andere goede coureurs zoals Kevin Magnussen er niet in slagen om terug te keren?
“Dat weet ik niet. Ik kan me februari 2010 nog zeer goed herinneren, omdat ik op 31 januari te horen kreeg dat ik niet bij het team kon blijven. Ik dacht dat mijn raceloopbaan ten einde was en ik een opleiding tot kok moest gaan volgen. Toen ik een telefoontje kreeg van het Zwitserse Matech GT1-team met de vraag of ik voor hen wilde rijden, had ik zoiets: ‘Prima, ik kan niet zonder racen dus laten we hiervoor gaan en gewoon maar aan de de slag gaan’. Ik probeerde de Formule 1 uit mijn hoofd te zetten. Ik keek naar de races op televisie en dacht dat mijn tijd daar voorbij was. Het seizoen 2010 verliep uiteindelijk redelijk goed. Ik kon ook nog een paar races voor DAMS rijden en aan het einde van het jaar was er de mogelijkheid om naar de DTM te gaan of via de GP2 een nieuwe Formule 1-kans af te dwingen. Ik koos voor dat laatste en had het geluk dat het dat jaar heel goed ging bij DAMS. We wonnen zowel het Aziatische als Europese GP2-kampioenschap. Dat heeft veel mensen doen inzien dat ik in 2009 geen serieuze kans had gekregen. Uiteindelijk pakte alles dus goed uit.”

Denk je dat de ontwikkeling die je hebt doorgemaakt als coureur en als persoon, ook zou hebben plaatsgevonden als je in 2010 bij het team was gebleven?
“Ik had iemand nodig die me een klap in het gezicht kon geven en tegen me kon roepen: ‘Wat is er met je aan de hand?’. Het was toen nog het team van Flavio Briatore en ik leerde in die periode niet echt veel over hoe de Formule 1 in elkaar steekt. De Formule 1 is een complexe wereld en er is heel veel om uit te vogelen voordat je daar goed in kan presteren. Ik was er op dat moment waarschijnlijk nog niet klaar voor en was er ook niet goed op voorbereid. Bij mijn terugkeer in 2012 was ik dat allemaal wel.”

De crash die je in 2012 veroorzaakte in de eerste bocht van de Belgische Grand Prix, zal je altijd blijven achtervolgen. Heeft dit voorval je veranderd?
“Het heeft me gigantisch veranderd. Op de maandag na de race heb ik mijn psycholoog opgezocht om erachter te komen wat er niet goed ging en waarom ik steeds weer de verkeerde beslissingen nam. Dat is voor mij persoonlijk uiteindelijk een belangrijk moment geweest. Het heeft me enorm geholpen. Het vereiste ook behoorlijk wat mentale kracht om mijn gezicht weer op de grid te laten zien, terwijl enkele coureurs me behoorlijk onder vuur aan het namen waren. Het klopt dat Spa 2012 altijd deel zal uitmaken van mijn geschiedenis. Maar ik heb ervan geleerd en heb het achter me kunnen laten.”

Maar dit was nog niet het einde van alle ellende. Mark Webber noemde je in Japan een ‘first lap nutcase’…
“Dat vond ik verschrikkelijk. Maar in mijn ogen is dat de grootste fout die ik ooit heb gemaakt. Het was honderd procent mijn schuld. Ik verklootte het daar gewoon.”

Hoe is het om harde kritiek van andere coureurs te krijgen? Heeft dat effect op je?
“Dat is best pittig. Vooral als je naar je plek op de grid aan het rijden bent en iedereen je aanloert. Ik had het daar eind 2012 ontzettend moeilijk mee. Het zoog me helemaal leeg. Dat was echt heel zwaar. Andere coureurs waren ook aan het spelen met het feit dat ik onder druk stond, en daar kun je zelf op dat moment helemaal niets aan doen. Het was dan ook een enorme opluchting dat ik kon bijtekenen bij Lotus. Ik kreeg op die manier de kans om mezelf opnieuw op te bouwen. In 2013 durfde ik weer meer aan te vallen in de eerste ronde en keerde ik terug op een fatsoenlijker niveau.”

En 2013 was uiteindelijk een fantastisch seizoen, toch?
“De tweede helft van dat  jaar verliep erg goed. Aan het begin van het seizoen worstelden we met onze KERS, waardoor we veel tijd verloren. Als we dat eerder op orde hadden gekregen, was het een heel ander seizoen geworden. Maar het tweede deel van het jaar ging uitstekend. In India wist ik me van de zeventiende naar de derde plek te knokken. In Japan reed ik aan de leiding. In Austin werd ik tweede en in Singapore was ik op het podium geëindigd als er geen probleem met de motor was geweest. In Abu Dhabi was er een probleem in de kwalificatie en zagen we de vierde plaats haast als een slecht resultaat. Alles bij elkaar was het dus een mooi seizoen. De auto deed het goed en we konden hem gedurende het jaar goed ontwikkelen. Maar ik ben tegenwoordig wel een betere coureur dan in 2013.”

Heb je de afgelopen seizoenen als zwaar ervaren?
“Ik vond 2014 een enorm zwaar jaar. Na een geweldig seizoen in 2013 kwamen we het jaar erna in een zeer diep dal terecht. Het was de eerste keer dat ik dat zo meemaakte. 2015 was alles bij elkaar een heel ander verhaal door de situatie waarin het team was beland, waardoor de vracht bijvoorbeeld soms laat op het circuit arriveerde. Dat was erg jammer, want we hebben een paar keer laten zien waartoe we in staat waren. Je kon zien waarom dit team in 2005 en 2006 kampioen is geworden en wie weet hoe het was gegaan als we nog steeds die fabriekssteun hadden gehad. Het team heeft nu eerst tijd nodig om het een en ander in gang te zetten. Je kan heel snel naar achteren zakken in deze sport, maar om daarna weer aan de voorkant van het veld te komen, dat kan zo vier tot zes jaar in beslag nemen.”

Was het een moeilijk besluit om bij het team te weg gaan?
“In eerste instantie wel. Ik was er ook helemaal niet mee bezig, tot het moment dat ik in contact kwam met Guenther Steiner en Gene Haas en zij me alles over hun project vertelden. Het was vervolgens een redelijk eenvoudig verhaal om van team te veranderen. Het zou ook leuk zijn geweest om voor Renault te rijden en als Franse coureur voor een Frans team uit te komen, maar ik denk dat ik uiteindelijk de beste beslissing heb genomen door bij Haas te tekenen. Renault zal zeker een paar jaar nodig hebben om op een fatsoenlijk niveau te komen. Misschien dat ik tegen die tijd dus wel terugkeer!”

Interview door Jonathan Noble van Motorsport.com UK

Word onderdeel van iets groots

Schrijf een reactie
Geef reacties weer
Over dit artikel
Raceklassen Formule 1
Coureurs Romain Grosjean
Teams Lotus F1 , Haas F1 Team
Artikel type Interview